
Paul Dujardin, CEO van het Paleis voor Schone Kunsten schreef gisteren een opinie-artikel in De Standaard met de titel KUNST ALS VACCIN IN HET POST-CORONATIJDPERK. Het eindigt met: The Times schreef toen (= tijdens of na WO II): “Omdat het gezicht van Londen vandaag gehavend en gewond is, hebben we er meer dan ooit behoefte aan om mooie dingen te zien’
Musea zijn gesloten, in Blankenberge ook het Belle Epoque-centrum. Het stadhuis met heel wat mooie kunst meestal ook. Maar door de Blankenbergse straten kan men rustig wandelen en eens boven winkelramen op zoek gaan naar mooie tegeltableaus met art nouveau-kenmerken


of een kerk binnenstappen en een fraai schilderij bekijken

of een glasraam

of door het benedenraam van het casinogebouw een gerestaureerd tegeltableau.

Je ontdekt er geen Titiaan, zeker niet diens NOLI ME TANGERE (raak me niet aan, zou Jezus tegen Maria Magdalena hebben gezegd na zijn verrijzenis), dat in WO II in Londen het populairste schilderij was (het werd tentoongesteld volgens het concept ‘Picture of the month’).
