
Op zaterdag 10 november 2018 sloot het stadsbestuur het project De Groote Oorlog, het herdenkingsprogramma dat de stad in 2014 lanceerde naar aanleiding van de 100e verjaardag van WOI, af met de voorstelling van ‘De oorlogskroniek van Blankenberge en Uitkerke. 1914-1918’, een gloednieuwe publicatie van stadsarchivaris Pieter Deschoolmeester.
10.30 uur: welkomstwoord door schepen Philip Konings
10.45 uur: voordracht over de bezetting van de Belgische kust tijdens de Eerste Wereldoorlog door Kristof Jacobs, WO I-kenner en –auteur
11.15 uur: voorstelling publicatie ‘De oorlogskroniek van Blankenberge en Uitkerke. 1914-1918’ door Pieter Deschoolmeester, auteur

De auteur had in 2014 het boek BLANKENBERGE EN UITKERKE BEZET 1914-1918 uitgegeven. Toen bleek nog heel wat bronnenmateriaal te bestaan. In die vier jaar stelde hij het nieuwe boek samen: een kroniek. Een chronologisch overzicht biedt die dus van documenten (foto’s en geschreven gegevens) die de bezettingsgeschiedenis illustreren.
We lezen het een en ander over onderwijs toen, o.a. over dat in de Rijksmiddelbare School—die bestond al van 1883 -, niet over de Rijksnormaalschool, die pas in 1921 werd gesticht. Het gebouw stond er al tijdens de oorlog, werd niet gebruikt, was eerder opgericht om als een soort resort met medische bijstand te dienen. Deze functie hadden gebouw en domein nooit ten gevolge van WO1.

23/09/1914: Vandaag worden de lessen in de lagere jongensgemeenteschool van Blankenberge eindelijk—na een uitzonderlijk lange vakantieperiode als gevolg van de oorlogsomstandigheden—hervat. Voor de hulponderwijzers Edmond Bollaaert en Adolph Vandeberghe, die onder de wapens waren geroepen, had hoofdonderwijzer Jero Bekaert gelukkig twee vervangers kunnen vinden (twee juffrouwen, die zelfs niet over een onderwijzeressendiploma beschikten)
14/09/1915: Het ‘Beherend Bureel’ van de Rijksmiddelbareschool in de Onderwijsstraat beslist om tijdelijk kosteloos onderwijs aan te bieden aangezien de ouders van de leerlingen zich ten gevolge van de oorlogsomstandigheden bijna allemaal ‘in een zeer berooiden toestand’ bevonden. Bovendien was de kwaliteit van het onderwijs dermate slecht geweest bij gebrek aan leerkrachten. Slechts 1 van de 5 leerkrachten gaf er nog les waardoor de leergangen zich noodgedwongen beperkten tot drie hoofdvakken. Door de ‘moeilijkheid van werken in het gevechtsgebied’ had daarenboven slechts ‘de kleine helft der schoolbevolking’ de lessen kunnen volgen.
19/01/1918: Voor het ‘wegruimen van sneeuw’ vordert de bezetter 85 Blankenbergse schoolkinderen op: 60 leerlingen van de twee middelbare scholen en 25 der oudste en sterkste knapen van de lagere scholen.
21/05/1918: de leerlingen der hoogste klas van de Blankenbergse scholen moesten op bevel van de kommandantur heden middag (…) onder toezicht van den onderwijzer langs wegen en grachten, op het grondgebied der gemeente, de brandnetels afsnijden en verzamelen (…) en de ingezamelde planten ten stadhuize brengen’

