
BUCOLISCH betekent idyllisch, landelijk…zoals bij herders.
Vergilius, Romeins schrijver uit de 1ste eeuw voor Christus schreef tien herdersgedichten, die BUCOLICA heten en die vooral ook handelen over het heerlijke herdersleven.
In het tijdschrift ONZE TAAL lezen we
Een bucolisch tafereel, een bucolisch oord, bucolische poëzie – het woord bucolisch betekent ‘idyllisch’, vooral met betrekking tot landelijk gelegen plaatsen. Het komt via het Latijn van het Oudgriekse bijvoeglijk naamwoord boukolikos, een afleiding van boukolos ‘koeherder’; het herdersleven is door de eeuwen heen in de kunst en de literatuur vaak verheerlijkt en als idyllisch voorgesteld (als tegenpool van de stadscultuur). In boukol(ik)os zit het Griekse woord voor ‘rund’: bous.
Ook het synoniem idyllisch verwijst naar het als aantrekkelijk beschouwde herdersbestaan: een idylle of eidullion was in de Griekse Oudheid een gedicht over het landleven. Een ander synoniem is arcadisch: dat verwijst naar de Griekse landstreek Arcadië, die al in de klassieke literatuur als land van vrede en onschuld werd voorgesteld (hoewel de herders daar in werkelijkheid erg arm waren).





