TAALFILOSOFIETJE: UITSPRAAK VAN HET WOORD ‘AUTO’.

Men hoort ‘auto’ zowel als ‘oto’ als ‘auto’ uitgesproken worden. De grote, dikke, witte – de jongste –  Van Dale vermeldt beide uitspraakmogelijkheden.

Men gebruikt het woord in het Nederlands sedert 1899 en vrij vlug overheerste de uitspraak ‘oto’. Dit zou el eens te maken kunnen hebben met het feit dat diegenen die toen met een auto reden, in Vlaanderen, maar ook in Nederland, elitair, Frans spraken. Maar doordat men ‘automatisch’ en ‘automobiel’ toch met ‘au’ uitsprak, werd in de 20ste eeuw ‘AU’ TO gebruikelijker. De leerkrachten bij de auto’s op de foto’s: Arnold Bekaert (Frans toen), Jerry De block (biologie toen), Magali Hawkins (geschiedenis nu) – in een Trabant met Benoit Vandenhaute in het DDR-museum Berlijn – Monique Devisscher (geschiedenis toen en H. Beckers, huishoudkunde toen), Katrien Larbouillat, (economie toen,  bij een nieuwe kever), Pieter Legein (l.o. nu), Bruno Buseyne (aardrijkskunde en economie nu)

nu)