Overal in het stadsbeeld van Bari is Sint-Nicolaas aanwezig. In het voorjaar van 1087 kwam hij, d.w.z. kwam zijn gebeente uit Myra naar Bari. Koop- en zeelieden hadden het daar gestolen, omdat ze in hun stad geen heilige ter verering konden aanbidden. Al die andere Italiaanse steden hadden wel een heilige, zij niet. In de crypte van de Sint-Nicolaasbasiliek liggen zijn relieken nu. Uit vrees voor een nieuwe diefstal wordt de heilige Nicolaas niet meegedragen in een processie. Voor velen is hij de patroonheilige: voor apothekers, scholieren, vissers en schippers, dieven, parfumhandelaars, kaarsendraaiers en graanhandelaars.
In de Russisch-orthodoxe kerk komt hij na God. “Mocht God sterven, dan maken we Sint-Nicolaas tot zijn opvolger”, zegt een oud Slavisch gezegde. Hij had schippers van de schipbreuk gered door de zee te bedaren, drie vrouwen van de prostitutie gered door ’s nachts goudklompen in hun huis te gooien. Met drie bollen (die goudklompen) wordt hij in Bari afgebeeld.





