Guillaume Charlier (1854-1925) won de wedstrijd van 1897. Zijn ontwerp met Lippens en De Bruyne, een naakte Afrikaanse vrouw met kind, zich vastklampend aan de Belgische vlag, werd niet zo uitgevoerd in 1900, 
wel in 1922 na WO 1, toen er een liberaal stadsbestuur was. Tijdens WO 1 werden de beelden door de Duitsers weggenomen.

Op het voetstuk, drie voorstellingen in halfreliëf: het laatste onderhoud met luitenant Lippens, Lippens wordt vermoord en de moord op sergeant De Bruyne.
Op de zuil, in het Nederlands en het Frans: “De Bruyne et Lippens morts en heros pour la civilisation, verheven heldendood voor de beschaving”, “Aug. De Bruyne sergeant bij het 2e linie regiment samen vermoord met zijn overste Lippens voor wie hij zijn vrijheid had opgeofferd“, ” De Bruyne geeft aan de wereld een verheven voorbeeld van militaire solidariteit door de vrijheid te weigeren en zijn overste niet te verlaten“, “Luitenant bij het treinregiment vermoord te Kassonga op 12 Xber 1892 door een gezant van de sultan Sefu“.

Op de Conferentie van Berlijn, 1885, besliste men dat Leopold II Kongo kreeg, Kongo-Vrijstaat. In 1908 werd het gebied Belgisch-Kongo. In de Kongo-Vrijstaat werd een schrikbewind (marteling, onthoofding, verkrachting, afhakken van handen..)gevoerd door de Force Publique, een koloniaal leger met blanke officieren en Afrikaanse soldaten. In die periode was er een grote ontvolking in het gebied, door de genoemde fenomenen, door algemene verzwakking, door de slaapziekte, doordat velen uit het gebied vluchtten.
Voor de oprichting van Kongo-Vrijstaat speelden Arabo-Swahili handelaars er in het oosten, vanuit Zanzibar, de baas. Tippo Tip, slaven- en ivoorhandelaar – zijn moeder was een Arabische, zijn vader een Swahili – was de machtigste. Hij leerde Stanley kennen, die Congo voor Leopold II aan het ontsluiten was. Er was medewerking en tegenwerking van Ippo-Tip, die na een tijdje door zijn zoon Sefu werd vervangen.
Er waren nog andere inlandse leiders die vaak tegen de Europeanen waren. Er was intussen een Antislavernij Liga opgericht, die militaire expedities uitvoerde. In een onderlinge strijd tussen inlandse leiders en bevelhebbers van het leger van de Force Publique werden Lippens en De Bruyne door Sefu gegijzeld (1892) De Bruyne werd onder escorte naar de Lomami, bijrivier van de Congo gebracht, om Sefu’s eisen over te brengen aan de voorhoede van Dhanis van de Force Publique op de linkeroever. Ondanks het aandringen om onder dekking van scherpschutters te vluchten en de rivier over te zwemmen, verkoos De Bruyne terug te keren naar Kasongo om er zijn zieke chef bij te staan. Dit zou twee weken later zijn dood betekenen.
Piet Wittevrongel, kritische Blankenbergenaar, diende een klacht in bij het Centrum voor Gelijke Kansen: Op het standbeeld staat o.a dat ze sneuvelden voor onze beschaving.Dit is pure geschiedenisvervalsing. Lippens en De Bruyne waren het slachtoffer van de Arabische campagne van de toenmalige Kongolese weermacht van Leopold II waarbij het in feite ging om de controle over Oost-Kongo en de ivoorhandel daar. Er zou dus moeten staan: !ze werden omgebracht in de strijd met de Arabieren omwille van de controle over Oost-Congo en het ivoor.”

Oud-leerling Chokri Ben Chikha maakte een theaterwandeling: Heldendood voor de Beschaving. Chokri Ben Chikha is van Blankenberge. Hij kent het standbeeld van Lippens en De Bruyne van toen hij nog een jongen was. Hij zegt dat de mensen hier hem de ‘bruine’ van Blankenberge noemden. Maar de zwarte vrouw was hem lang nooit opgevallen. Zoals de vrouw bijna niemand ooit opvalt. Als er kritiek komt op het standbeeld, dan gaat het altijd over Lippens, De Bruyne en de kolonialen. De vrouw komt er niet aan te pas. Zijn voorstelling gaat ook over haar. Maar hij vindt niet wie zij echt was. Hij geeft wel suggesties.
De gay-community bracht zelfs een nieuwe theorie achter het heldenverhaal van Lippens en De Bruyne. Er wordt gesuggereerd dat ze een homoseksuele relatie hadden, en sergeant De Bruyne zijn minnaar niet in de steek wou laten.