Riet Vanhaecke had het tijdens haar lezing o.a. over de Trojaanse held AENEAS die Rome zou hebben gesticht. Haar uitspraak van de naam van de hoofdfiguur uit Vergilius’ AENEIS, noch die van dit epos was juist.
Het epos heet AENEIS, de held is AENEAS. De AE in woorden, ook eigennamen, uit het Latijn spreken we in het Nederlands als halflange EE uit! We zeggen dus SEEZAR voor CAESAR; de naam van de Griekse dichter van fabels AESOPUS, Grieks Aisopos) luidt EEZOOPUS, zijn navolger, fabeldichter, PHAEDRUS noemen we FEEDRUS. De klemtoon in AENEAS en AENEIS valt op de tweede lettergreep, die in AESOPUS op de eerste. Ook over hen had Riet Vanhaecke het in die voordracht, de namen wel eens onjuist uitsprekend.
Overigens de klemtoon ligt in zulke woorden op de voorvoorlaatste lettergreep, behalve als die in de voorlaatste lettergreep lang is in het Grieks. De ‘e’ in HOMERUS was daar nl. lang. We leggen in die naam, die dus van de auteur van de Ilias en de Odyssee op de ‘e’. Hetzelfde geldt voor PROMETHEUS: klemtoon op de ‘e’ (die lang is in het Grieks). Als we het over een Griekse figuur hebben, dan gebruiken we de Latijnse versie: HOMERUS (met U, niet met O) en PLATO (niet Platoon)
De ‘eu’ in ZEUS en PROMETHEUS klinkt als de ‘ui’ in UI!
Overigens in andere talen krijgen die Latijnse eigennamen ook een eigen uitspraak!





