

Elke keer als ik op de militaire begraafplaats in Vladslo ben, waar Peter Kollwitz begraven is en waar het monument TREUREND OUDERPAAR van zijn moeder Käthe staat, denk ik ook aan WILLEM VERMANDERE en diens lied hierover.
Op 17 maart 2026 was ik er met leerlingen uit de 6des uit het Maerlant-atheneum in Blankenberge en met jaargenoten uit Porto Vecchio in Corsica. Ik heb er over Peter en Käthe Kollwitz gepraat en over Peters vrienden Erich Krems en Hans Koch, die er hun voormalige leraar/jeugdleider van op de hoogte brachten dat er niets was waarnaar een soldaat meer verlangde dan naar vrede en dat er haat was tegen de oorlog en tegen een regering die een oorlog maakt…
Op 18 maart, vandaag dus, las in De Standaard een artikel van een oud-journalist, leraar Bertin Sanders, over Willem Vermandere, die het lied VLADSLO zingt. Hij stelt met aandrang voor Willem Vermandere, die hij de Dylan van de Westhoek noemt, een eredoctoraat te schenken omdat hij de man is die al zestig jaar de ziel van de Westhoek met grote taalkundige precisie verwoordt.
In t praetbos buiten vladslo,
van god en mens verlaten,
ligt de jonge peter kollwitz,
in een massagraf van soldaten
en ik ken geen vrediger wereld,
van roerlozer bomen,
geen schoner kathedrale,
om te bidden en om te dromen.
je mag er ook nootjes rapen,
of stilletjes mediteren,
als zop uw rechterkake slaan
moej de linker ook presenteren,
daar komen soms kinders spelen
en geliefden heel teder vrijen,
want t mos is daar zo zacht,
om te slapen en om te schreien.
schaam je maar niet om je tranen,
je mag daar ook nereknielen,
en prevel de dode namen
van de dertigduizend zielen,
ze kwamen uit duitsland de moeders
en de vaders in grote getallen,
om zwijgend t hoofd te schudden,
ach mein kind ist hier gefallen.
voor al dat nutteloos sterven,
al dat afgeknakt jong leven,
waar is die god van den hemel,
die ons hier vrede kan geven,
waar zijn nu de dwaze officieren,
al die leugens zo lelijk gelogen,
niets dan versteende vaders
en moeders diepe gebogen.
in t praetbos buiten vladslo,
op dat massagraf van soldaten,
staan nu käthe kollwitzs beelden,
van god en mens verlaten
en ik ken geen heviger wereld,
geen menselijker bede,
dan die twee donkere stenen,
die zo diepe schreien om vrede

