
Een autoreis met het gezin naar Denemarken en zijn hoofdstad Kopenhagen en beelden van
Joffrey Willem:
- Allen met de zeemeermin
- Thymen in “Strike a pose” met HC Andersen – genomen net naast het bekende Tivoli park
- Allen met de ‘iconische’ Nyhavn op de achtergrond … nieuwe haven


De woorden klinken zo verschillend, maar ze zijn zo verwant: MÄRCHEN, (FAIRY) TALE, CONTE, CUENTO, SPROOKJE. Dagversdichter Stijn De Paepe kon niet zonder Grimms muiltje en pompoen
Sprookjes zijn zo betoverend, de door de gebroeders Grimm verzamelde volkssprookjes, maar ook de door H.C. Andersen zelf geschreven cultuursprookjes. Kinderen horen en lezen ze graag, volwassenen ook.
In SPROOKJE herkent men SPROKE en SPREUK en SPREKEN natuurlijk. Een sprookje is nl. in de eerste plaats een verhaal dat mondeling wordt verteld. In het Duitse woord MÄRCHEN, waarin we het Nederlandse MARE en VERMAARD zien, dat teruggaat naar MERIJAN = berichten, vertellen, ontdekken we eveneens dat inhoudelijke vertelelement.
En CONTE is met conter en raconter verwant, vertellen dus. Maar ook met COMPTER, dat andere tellen, rekenen, en dus ook met COMPUTARE : tellen, rekenen. Aan de computer denke we dan!
Het Spaanse CUENTO en het werkwoord CONTAR hebben dezelfde Latijnse oorsprong.
Om VERTELLING in TALE, in fairy tale, te ontdekken moeten we zeker niet veel moeite doen.
In de 17de eeuw had de Franse schrijver Charles Perrault al eens acht sprookjes (o.a. Roodkapje, Assepoester, Klein Duimpje) verzameld en hertaald (Contes de ma mère l’Oye) . De Deense woordkunstenaar Hans Christian Andersen schreef zijn eigen sprookjes – eventyr, fortalt for børn, in de tijd dat de gebroeders Grimm sprookjes verzamelden en herschreven. Andersens sprookjes heten in het Deens EVENTYR, avonturen, verteld voor kinderen, voor wie ze soms niet zo geschikt zijn.

- De kleine zeemeermin’ is een klassiek sprookje over onbeantwoorde liefde dat al generaties lang blijft bekoren. De kleine zeemeermin is gelukkig met haar ouders en zusjes in hun kasteel onder water, tot de dag dat ze vijftien wordt en eindelijk naar de oppervlakte mag om te kijken hoe de mensen leven. Ze redt een prins, die schipbreuk geleden heeft en wordt op slag verliefd op hem. Ze treurt en gaat ten einde raad hulp vragen aan de zeeheks. Ze kan twee benen krijgen, maar bij elke stap zal het lijken alsof ze op scherpe messen loopt, en de heks snijdt haar tong af, waardoor ze voorgoed haar bekoorlijke stem verliest. Slechts de onvoorwaardelijke liefde van de prins en een huwelijk zullen haar een onsterfelijke ziel geven. Als de prins een ander huwt, zal de zeemeermin schuim op de golven worden. De kleine zeemeermin gaat naar het kasteel van de prins, die al gauw erg ingenomen is met het mooie, zwijgzame meisje. Maar de prins herkent haar niet als degene die hem ooit redde van de verdrinkingsdood. Hij houdt van haar, tot op de dag dat hij de bruid die zijn vader voor hem gekozen had, ontmoet. Hij meent in haar zijn redster te herkennen en wil haar onmiddellijk huwen. De kleine zeemeermin is verloren. Slechts het doden van de prins kan haar nog redden maar het meisje gooit het mes in zee en offert zichzelf op.
Ver in zee is het water zo blauw als de blaadjes van de mooiste korenbloem en zo helder als het zuiverste glas, maar het is heel diep, dieper als een ankerketting ooit kan komen. Je zou een heleboel kerktorens boven op elkaar moeten zetten om van de bodem van de zee tot aan de oppervlakte te komen. En daar in de diepte wonen de zeemensen.
Het waren zes mooie kinderen, maar de jongste was de mooiste van allemaal. Haar huid was zo blank en zo teer als een rozenblaadje, haar ogen zo blauw als het diepste meer, maar ze had geen voeten, net zomin als de anderen: haar lichaam eindigde in een vissenstaart.
