In 1998 behaalde NATHALIE VILAIN (Lily May Parker) haar getuigschrift 6BSO (Personenzorg) in het Maerlant-atheneum. Ze bleef bijleren en werkt nu als bibliothecaris in Jabbeke. Ze schrijft poëzie en verhalen.. Ze is de moeder van Maerlant-oud-lle 2024 Willow Demolin. En hier leest men haar biografiefragmentje.

Beste mijnheer Coudeville.  Allereerst wil ik u oprecht bedanken dat u even de tijd neemt om stil te staan bij wie ik ben: Nathalie Vilain, oud-leerling van het Koninklijk Atheneum te Blankenberge, van 1994 tot 1998. We spraken elkaar, naar mijn herinnering, slechts één keer echt. Het was in de nasleep van de zaak-Dutroux. Samen met enkele andere leerlingen hielden we een korte staking uit protest tegen het ontslag van de heer Conrotte. U was boos , terecht, want leerlingen hoorden zich te gedragen, en dit leek ongehoorzaam. U kwam tussenbeide, met stevige tred en een dossier tegen uw borst geklemd. U keek de groep aan, vroeg kordaat wat er aan de hand was. Niemand antwoordde. De stilte was pijnlijk, uw blik streng maar rechtvaardig. En daar stond ik, vooraan. Normaal onzichtbaar, een grijze muis. Maar deze keer piepte ik met een timide stem: “We staken, mijnheer.” U keek me aan kort, indringend en liep toen verder. Graag neem ik u mee terug in de tijd, naar hoe mijn pad naar het Atheneum begon. Het was 1992. Ik zat in het zesde leerjaar bij mijnheer De Paepe. Dat jaar was zwaar. Ik onderging een blindedarmoperatie, kreeg astma en worstelde met allerlei allergieën. Mijn prestaties leden eronder, vooral wiskunde was een struikelblok. Mijnheer De Paepe besloot toen, misschien iets te voortvarend, over mijn toekomst: “Nathalie hoort thuis in het beroepsonderwijs.” Ik was geen uitblinker, dat klopt. Maar ik sprak vlot Nederlands, Frans én Engels ,een familiale erfenis. Alleen, die wiskunde… Pas jaren later begreep ik waarom het nooit klikte, maar daarover straks meer. Mijn ouders waren jong, 27 en 29. Als tienerliefdes werden ze scherp in de gaten gehouden door de familie. Dus volgden ze de raad van de ‘wijze’ leerkracht zonder veel discussie. Geen Latijn, geen ASO. Terwijl ik tijdens mijn probeerdag net had uitgeblonken in het vak Latijn… Mijn droom werd aan de kant geschoven. Ik begon dus in het beroepsonderwijs, in een richting die een mengelmoes was van naaien, metaal en koken. De klascontext was allesbehalve stimulerend. Ik werd gepest, letterlijk beschoten met rubberen kogels en meermaals in een container gegooid. Klagen had geen zin: wie klaagde, kreeg het nog harder te verduren. En toch… er was een lichtpunt. Nederlands, geschiedenis, wetenschappen: daarin blonk ik uit. Ik publiceerde mijn eerste gedichten, leerde poëzie uit het hoofd en droeg ze met trots voor. Mijnheer Deswelgh, mijn leraar Nederlands, riep me zelfs apart. Hij vond, net als andere collega’s , dat ik niet thuishoorde in het beroepsonderwijs. Zij stelden voor dat ik zou blijven zitten en de overstap naar Latijn zou wagen. Maar thuis stond dat gelijk aan schande. Dus ging het niet door. In 1994 kwam ik terecht op het Atheneum, richting personenverzorging. Ook daar zat ik in een klas met oudere, rumoerige meisjes. De sfeer was vijandig. Mevrouw Dobbelaere had oog voor de populaire meisjes, en het klinkt nu ongelooflijk, ze rookte zelfs in de klas, samen met de leerlingen. Ik, met mijn zware astma, kon alleen maar toekijken. Als meisje van buiten de stad, zonder aansluiting, voelde ik me alleen en onzichtbaar. Gelukkig waren er ook lichtpunten: mevrouw Deman, die oprecht probeerde les te geven, mijnheer Tytgat die ons Frans gaf, en mevrouw Bullen, een vrouw met een enorm geduld. Wat zij dagelijks te verduren kreeg, was onvoorstelbaar. Toch bleef ze, net als ik, volhouden. Wat me het meest is bijgebleven, is het gevoel van afzondering. Wij, de ‘beroeps’, zaten apart in een gebouw. We mochten het hoofdgebouw enkel betreden voor enkele vakken, maar moesten daarna meteen terug. Ons gebouw voelde als een soort ‘jungle’, met een echte Lord of the Flies-mentaliteit. En toch… ik hield vol. In 1998 studeerde ik af. Richting: personenverzorging. Beroepsonderwijs. Daarna volgde ik nog een zevende jaar aan het Vesaliusinstituut. Maar het knaagde. Latijn zou ik nooit meer volgen, maar ik bleef leren. In het volwassenenonderwijs behaalde ik een diploma boekhouden (grappig genoeg bleek ik wél goed in cijfers, zolang ik ze maar in het Nederlands verwerkte en niet in het Frans). Ik volgde een opleiding copywriting, en vandaag studeer ik HRM aan Vives in Kortrijk. Ik blijf bijleren. Elk diploma, elk certificaat was voor mij een manier om te bewijzen dat ik wel iets waard ben. Dat ik niet in het beroeps thuishoorde. Maar dat diploma van 1998, dat blijft als een stempel op mijn cv staan. Altijd een beetje uitleggen, altijd iets rechtzetten. Ik publiceerde ondertussen al twee dichtbundels onder de naam ‘Lily May Parker’ en werk nu aan mijn eerste boek met kortverhalen. Vandaag werk ik als bibliothecaris in Jabbeke. Een droomjob die ik bemachtigde op basis van competenties en examens. Eindelijk bepaal ik zelf mijn loopbaan. En alsof dat nog niet genoeg was, ben ik ook nog de fiere moeder van een dochter, Willow Demolin, die vorige jaar afstudeerde en nu psychologie studeert aan de universiteit van Gent.

Willow Demoilin 2de v.l.

Mijnheer Coudeville, ik schrijf u dit niet om erkenning te vragen, noch om in de spotlights te staan. Ik schrijf omdat het deugd doet om dit verhaal eindelijk te delen. Misschien herinnert u zich mij niet meer, dat begrijp ik. En als u iets meeneemt uit deze brief, dan hoop ik dat het dit is: achter elk ‘stil’ kind zit een verhaal. Soms zelfs een heel bijzonder. Met oprechte groet Nathalie Vilain Ps: Mocht u mijn oud leerkrachten nog zien: mijnheer Descamps, mijnheer Tytgat, mijnheer Uyttersprot, mevrouw Bullen, mevrouw Deman draag hen mijn warmste groeten over.