Vijf jaar geleden was schrijver ISH AIT HAMOU tweemaal in de Bl’bse bib, een keer voor het grote publiek, een andere keer voor leerlingen van 6A. Volgende week vrijdag is hij er weer en praat dan voor en met de huidige 6A-ers van het Maerlant.

Emma Eeckman, toen leerlinge, nu bib-medewerkster schreef toen: Ish is een zeer boeiende verteller, een goede auteur en een inspirerende man. Ik ben blij hem ontmoet te hebben!

En hier is het verhaal dat hij bracht in de Blankenbergse bib.

“Ik groeide op in het Brusselse en ging naar een Franstalige school. Tot op een bepaald ogenblik de subsidies voor die school geschrapt werden en ik noodgedwongen moest overstappen naar een Nederlandstalige school. Dat was een klein drama voor mij. Ik sprak immers Arabisch en Frans, en ook een mondje Engels omdat ik zoveel tv keek. Maar het Nederlands was mij vreemd. Het kostte me ook veel moeite om het onder de knie te krijgen. In mijn nieuwe school was ik een buitenbeentje. Ik had een rare naam en ik maakte voortdurend fouten tegen het geslacht van de naamwoorden. ‘De’ of ‘het’: ik kon er allen maar naar gokken. Bijgevolg sprak ik niet veel en dagdroomde ik des te meer. Ik fantaseerde volledige verhalen en speelde daar zelf een hoofdrol in. Ik leerde me inleven in situaties die volledig los stonden van mijn leefwereld.”

“Toen ik 12 was, stapte ik over naar de middelbare school. Ik wilde Latijn studeren. Dat vond ik ‘cool’. Wie het in het leven wil maken, moet Latijn gestudeerd hebben: zo simpel dacht  ik erover. Maar mijn moeder stuurde me naar een technische school. Dat was een nieuwe grote tegenslag voor mij. Natuurlijk is er niks mis met een technische opleiding, maar het was niet wat ik wilde en waar mijn ambities lagen. Het gevolg was dat ik nog méér begon te dagdromen dan ik ooit had gedaan. En af en toe begon ik de verhalen die ik verzon ook op te schrijven. Mijn grote voorbeeld was rapper 2Pac. Hij opende mijn ogen. Hij deed me inzien dat je in je heel eigen taal over je heel eigen realiteit kan schrijven. Ik voelde me verwant met hem. Hoe hou je je staande in een omgeving en een cultuur die niet de jouw zijn? Daar zong hij over en ik was, op mijn niveau, ook met die problematiek bezig. Daarover begon ik te schrijven. Dat is uiteindelijk mijn eerste boek geworden: ‘Hard hart’.

Terugkijkend op mijn jeugd kan je bijna zeker zeggen dat ik zonder de tegenslagen geen schrijver zou geworden zijn. Het is omdat ik naar een Nederlandstalige én technische school ging – twee zaken waar ik niet zelf voor gekozen had en die ik op het moment zelf als een ramp ervaarde –  dat ik een dagdromer en uiteindelijk een schrijver ben geworden. Het is nu mijn vaste overtuiging dat je uit elke tegenslag iets positiefs kan halen. Dat is ook de manier waarop je op tegenslagen moet reageren. Het is niet erg om er over in de put te zitten. Maar weet dat je er uiteindelijk sterker uit kan komen.”

Zijn eerste boek werd meteen een succes. De Standaard der Letteren ging zelfs in overdrive en noemde hem de nieuwe Goethe. “Het gevolg was dat mijn naam in één klap gemaakt was,” zegt Ish. “In een mum van tijd stond mijn agenda vol met afspraken en interviews. Overal werd ik gevraagd en overal gaf ik hetzelfde antwoord. Wat een eer het toch was om met Goethe vergeleken te worden. Maar ik zette een masker op. Want ik kende Goethe zelfs niet. Ik gaf gewoon de antwoorden die ik dacht te moeten geven. Maar ik voelde me niet goed. Onzeker ook. Voortdurend vreesde ik door de mand te vallen. Zo ook op de boekenbeurs. Ik werd er uitgenodigd, samen met zowat alle Vlaamse topschrijvers. We stonden backstage wat te keuvelen. Natuurlijk was het gespreksonderwerp literatuur. Een onderwerp waar ik nauwelijks over kon meespreken. Ik lees immers zelden of nooit. Toen andere auteurs mij vroegen wat het beste boek was dat ik de laatste tijd gelezen had, antwoordde ik naar waarheid: de nieuwe strip van Spiderman. Het vergde lef om dat te doen, maar ik heb me nooit gelukkiger gevoeld als op dat moment. Het was een viering! Dat was het moment waarop ik mijn masker aflegde. Ik was ineens wie ik was. Niet wie ik dacht te moeten zijn.”

“Het is een fout die ik veel mensen zie maken,” zegt Ish. “Ze leggen zichzelf regels op die eigenlijk niet bestaan. Ze creëren een denkbeeldig personage in hun hoofd. Zoals ik deed. Ik had een boek geschreven en ging me als een auteur gedragen. Maar hoe gedraagt een auteur zich? Daar zijn geen regels voor; die regels bedenk je zelf en leg je jezelf op. Niemand hoeft je te vertellen hoe je je moet gedragen. Jouw mening over jezelf is even belangrijk als de mening van iemand anders. Speel geen komedie en wees jezelf. Jezelf waarderen is niet verkeerd. Het wordt soms afgedaan als ‘arrogant’ zijn. Maar dat klopt niet. Jezelf waarderen heeft niks met arrogantie te maken.”

“Toon interesse in anderen”

Voor zijn tweede boek, ‘Cécile’ (2015), trok Ish Ait Hamou naar Marokko. “Ik speelde al langer met het idee om een verhaal te schrijven over een jongen die absoluut niet de ambitie heeft om zijn geboortestreek te verlaten, maar daar stap na stap wel toe gedwongen wordt. Ik situeerde die jongen in Zuid-Marokko. Maar daar was ik nog nooit geweest. Mijn vader werd daar geboren. Ik ben er met mijn vader naartoe getrokken. We hebben een tijdje in zijn geboortedorp verbleven. Mijn vader bloeide helemaal open. Hij vertelde mij verhalen die ik nog nooit gehoord had. En dat nam ik niet hem, maar mezelf kwalijk. Hij had ze immers nooit verteld omdat ik er nooit naar gevraagd had. Op een bepaald moment stopten we bij een oud gebouw. Vader vertelde dat hij daar ooit zijn allereerste job had uitgeoefend, als hulp in een boekenwinkel. Dat raakte mij heel diep. Ik ben een schrijver en ik wist niet eens dat mijn vader ooit in een boekenwinkel had gewerkt. Ineens leerde ik mezelf ook beter kennen. Het feit dat ik van kindsbeen al gefascineerd ben door verhalen, is dus niet zo vreemd. Mijn vader die in een boekenwinkel werkte en ik die schrijver ben geworden: ergens klópt het gewoon.”

“Maar als ik geen interesse had getoond; als ik mijn vader niet had meegenomen naar Marokko en niet naar zijn verhalen had geluisterd, zou ik dat nooit geweten hebben. Uiteindelijk is dat zelfs het onderwerp geworden van mijn derde boek, de novelle ‘‘Als je iemand verliest die je niet kan verliezen’. Twee mensen die mekaar niet kennen, geraken met mekaar aan de praat in een trein. Door zich open te stellen voor de andere ontstaat het perfecte gesprek, dat zowel ernstig als humoristisch is. In feite wil ik met die novelle die boodschap maar overbrengen: praat met mekaar, luister naar mekaar, toon interesse. Probeer de andere te begrijpen, ook al ben je het niet met hem eens. En er gaat een heel nieuwe wereld voor je open.”