

Marie-Rose D’Haese
Goh Jaak, ik voel mij geroepen noch aangesproken omdat ik niet meer in het veld sta. Wat de Walen daar bekokstoofd hebben lijkt me, na enig onderzoek niet zo’n goed idee. We hebben dat gezien hier met het vso en dat heeft niet goed uitgepakt. Latijn is niet voor iedereen geschikt en je moet er niet iedereen mee plagen. Bied het desnoods een uurtje aan in het eerste jaar als opwarmertje, maar daarna voor wie het echt wil vollen bak a rato van 5 uur per week: je moet immers uren inhalen door het drastisch te reduceren tot 1 uur in het eerste jaar. Latijn vergt vele uren, doorzettingsvermogen, aandacht, concentratie: een wereld gaat open, maar de toegangsdeur is wat moeilijk zoals bij alles wat waardevol is.


Stefaan van den Broeck
Jaak, misschien heb je iets aan onderstaande ‘reactie’. Ik denk dat professor de Temmerman het perfect samenvat in de Standaard vandaag. Latijn wordt hier gedegradeerd tot een ‘hulpvakje’. Als er naast dit Latijn ‘light’ geen volwaardige richting Latijn overblijft in de 1ste graad, zal het niveau van het Latijn in de 2de graad noodgedwongen zakken. Men zal dan voor de echte Latijnliefhebbers de basis grotendeels pas in het derde jaar grondig kunnen behandelen. Tenzij men al differentieert in het tweede jaar met bv. Iedereen twee uur Latijn, maar ofwel ingevuld als ‘hulpvak’ bij Frans ofwel als voorbereiding op Latijn in de 2de graad. Maar voor deze laatsten verliest men dan sowieso een heel schooljaar. Nu hebben ze bij ons 2 uur in het 1ste jaar ( wat al twee uur minder is dan vroeger) en 4 in het tweede (+een uurtje initiatie Grieks). Die vier uur zijn ze sowieso kwijt. Werkgelegenheid voor latinisten zal het wel opleveren, maar het niveau van de lessen in de 2de en 3de graad zal noodgedwongen zakken.

Patrick Van Caelenbergh
Toen ik, lang geleden nu, nog Latijnse les gaf, gebeurde het vaak dat de ouders van mijn leerlingen mij tijdens oudercontacten overvielen met de graag wat hun kinderen ooit met dat vak (Latijn) zouden kunnen aanvangen. Soms, toen inspiratie mij ontbrak, probeerde ik mij, voor het antwoord op die vraag, ervan af te maken met het ironische: “Ze zullen het misschien nog kunnen onderwijzen.” Maar nog vaker verwees ik naar hun groeiende bekwaamheid tot het ontwikkelen van het logisch en/of analytisch denken, doordat de typische taalstructuur van het Latijn de leerlingen dwong/dwingt tot systematisch redeneren.
Wat voorafgaat kwam bijna automatisch bij mij op toen mij gevraagd werd wat ik dacht van het besluit van de Waalse regering om van Latijn een verplicht vak te maken in het curriculum van het secundair onderwijs. Als oud-leraar Latijn kon ik aanvankelijk dit voornemen enkel toejuichen maar toch ging na enig nadenken een reeks twijfels mijn eerste innerlijk gejuich overstemmen.
Dit heeft uiteraard te maken met het gegeven dat, toen ik ooit binnen mijn eigen curriculum voor het vak Latijn koos, het al lang niet meer verplicht was. Wat het nu binnen het Waals secundair onderwijs wél zal worden. Daarom begon ik te twijfelen: ik vermoed dat het opstellen van een leerplan Latijn, verplicht voor alle leerlingen secundair onderwijs, echt niet van een leien dakje zal lopen. Bovendien vrees ik dat de creatie van dit verplicht vak wel eens tot een leergang Latijn ‘light’ zonder diepgang en een aanpak die meer cultuur dan taal behandelt, zou kunnen leiden. Als de Waalse regering beïnvloed werd door het voorbeeld van de Eerste Minister van ons land, moet zij wel overwegen dat het Latijn van onze beleidsman ook kan geleerd worden zonder een verplichte cursus.
