Het secretariaat van het Maerlant-atheneum kreeg een nieuwe, frisse, eischelpwitte verflaag. Tussen 1923 en 1980 was dit de lerarenkamer, “de vergaderzaal van de Professors”

In 1921 beslist minister Jules Destrée dat Blankenberge een Staatsnormaalschool voor jongens zou krijgen. De liberale burgemeester van Blankenberge, Arthur Pauwels, ijverde hiervoor.

In februari 1921 bezocht Emiel Cambier, secretaris van de minister, samen met A. Pauwels  het domein waar nu het Maerlant-atheneum is. Ze komen via de pas aangelegde Deswertlaan.

Hierover schrijft Athur Pauwels in zijn dagboek:

We bemerkten onmiddellijk dat hij (Cambier) een goeden indruk had, maar we moesten door eene echte wildernis van struiken en gewassen stappen om het gebouw te bereiken…

Ze gaan het gebouw binnen …

Riep hij verbaasd uit, zijn oog wendend op een groote ruimte, door naakte muren afgezet: dat zou de eetzaal (réfectoir) kunnen zijn. En zich naar rechts omkeerend: dat ware de bureau van den Bestuurder en de vergaderzaal van de Professors.

Ik vermoed dat het rond 1980 was dat de lerarenkamer verhuisde naar de plek waar nu de lerarenrefter is. Rond 1996/1997, toen de tweede, derde en vierde verdieping (voorheen slaapzalen) klaslokalen werden, kregen de leerkrachten hun ruimte, waar de klas was van Jaak Coudeville. Doordat l.o.-leraar Herman Van Praet er zorgde voor een aangename meubilaire sfeer, noemde men die aanvankelijk Herman Van Praet-zaal.

late jaren ’60
van voor de schilderwerken
van na het schilderen