Een wandelingetje maken van het pleintje met het Consciencemonument aan de overkant van de Markt en dan naar de Cosciencestraat even te noorden (met enkele redelijk prestigieuze gebouwen) en dan over de Markt naar de De Smet De Naeyerlaan en dan zuidwaarts tot de eerste straat voorbij het kruispunt met de Van Maerlantstraat, de Marnixstraat

Aan de overkant van de markt staat het monument van Conscience. Hij was Antwerpenaar. Zijn vader was Fransman. Hij schreef romantische verhalen en romans. Vele zijn historisch, andere zijn plattelandsverhalen (Kempens). Hij was 18 toen België onafhankelijk werd. In 1838 verscheen zijn historische roman DE LEEUW VAN VLAANDEREN. Het is het gekleurde verhaal van de Guldensporenslag van 1302. Die roman is toch wel heel belangrijk geweest. Hij is een voorbeeld van literatuur als cultureel geheugen’ Conscience had zich voor en tijdens het schrijven wel zeer goed laten informeren over de historische feiten, o.a. door Octave Delepierre, een Fransman die in Gent rechten had gestudeerd en in Brugge archivaris was geworden. Conscience heeft zeer veel invloed op de Vlaamse Beweging gehad, maar was wel een ‘goede’ Belg en opteerde op latere leeftijd voor Algemeen Nederlands, eerder dan voor een particularistische houding.

Het Consciencestandbeeld op het pleintje tegenover de Grote Markt: kunstschilder E. Van Rijswijck (Antwerpen) ontwerpt de maquette, beeldhouwer G. Pickery (Brugge – hij maakte de beelden van Maerlant in Damme en van Memling en Van Eyck in Brugge) realiseert het vergulde medaillon van Conscience en de lezende vissersfiguur, geïnspireerd door Bella Stock, een roman van Conscience.

In dit werk vertelt hij het romantische verhaal van een jonge Franse edelman die het Schrikbewind in zijn land tijdens de Revolutie ontvlucht en tot tweemaal toe gered wordt door een eenvoudig vissersmeisje uit De Panne.
Alhoewel dit meisje de teekenen van gemoedskracht en van lichaamssterkte toonde, was er niettemin iets wonderzoets, iets bekorends zelfs in hare wezenstrekken. Hare wangen waren nog gekleurd met de teedere roosverf der kindsheid; hare groote zwarte oogen zwommen weg in glinsterend kristallijn; haar mond besloot parelen, welker boorden doorschijnend waren van zuiverheid; – maar wat in haar het bevalligst voorkwam, was de onuitlegbare zachtheid van haren glimlach, de gulle eenvoud harer uitdrukking en zekere losse zwier in hare kleedij.Voor allen opschik had zij echter niets dan een rood baaien lijveken, eenen witten halsdoek, eenen zwarten rok en een blauw katoenen mutsje, dat opgeheven was door de overvloedige lokken harer bruine, glimmende haren; – maar dit nederige tooisel veranderde zoo weinig aan de fraaiheid harer leden, hare wangen waren zoo frisch en hare oogen zoo helderzoet, dat zij daar stond, klaarblijkend gesierd met al de pracht eener zuivere en milde natuur.

Philips Marnix van Sint Aldegonde is misschien wel de schrijver van het geuzenlied HET WILHELMUS van rond 1570. (Sedert 1932 is dit het officiële Nederlandse volkslied) Het is een calvinistisch lied van een calvinistische schrijver over Willem van Oranje.
Het Wilhelmus telt 15 strofen. Het is een acrostichon. Elke strofe begint nl. met de letters van Willem van Nassov.
We presenteren hier de eerste en de tweede, een eerder politieke en een religieuze.

Eerste couplet
Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen Bloedt,
Den Vaderland ghetrouwe
Blijf ick tot inden doet;
Een Prince van Orangien
Ben ick vry onverveert.
Den Coninck van Hispangien
Heb ick altijt gheeert.
Tweede couplet
In Godes vrees te leven
Heb ick altijt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Land, om Luyd ghebracht:
Maer Godt sal my regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick sal wederkeeren
In mijnen Regiment.