WEEK VAN HET NEDERLANDS: GLUREN BIJ DE BUREN: EEN THEMA IN DE LES NEDERLANDS, VANDAAG OOK OP RADIO 1: DE LAGE LANDENLIJST

Tijdens de Week van het Nederlands is Gluren bij de Buren ook een thema! In Nederland en Vlaanderen spreken we dezelfde taal en kunnen we elkaar doorgaans goed verstaan, maar er zijn opmerkelijke verschillen. Hierover is er bij Van Dale een nieuw boek uit: ‘Gluren bij de buren’.

Anno 2016 lijkt het erop dat het Nederlands van de buren in Nederland, dat zoveel kenmerken van het Poldernederlands vertoont : ANtweeklanken ei /ɛi/, ui /œy/ en ou /ɔu/ met een meer open mond (lagere kaakstand) worden uitgesproken en zo gaan neigen naar aai /æi/ of /ai/, ou /ʌy/ en aau /ɑu/ of /au/) en het Nederlands van de Vlamingen dat zoveel tussentaalkenmerken vertoont niet echt naar elkaar toegroeien.

Ik heb heimwee naar het Nederlands van Boudewijn de Groot in bijvoorbeeld HET TESTAMENT, van Wim Sonneveld in bijvoorbeeld HET DORP, dat voor Vlamingen voorbeeldig was.

Op het moment dat ik dit schrijf luister ik naar het nieuws van 10 uur op Radio1 (dat hetzelfde is als dat op Radio 2 in Nederland), dat gepresenteerd wordt door een Vlaamse én een Nederlandse journalist. Ik stel vast dat hun uitspraak nauwelijks verschilt en dat ik een maar heel lichtjes gediftongeerde ‘oo’ hoor in ‘koning Filip en koningin Mathilde’. Als we met ons allen een beetje ons best doen, blijven we dezelfde taal spreken die we met ons 23 miljoen blijven begrijpen.