
We willen graag geloven dat in BLANKENBERGE ‘blank’ wit betekent en BERGE ‘berg’, ‘duin’, zoals in Duinkerke/ Dunkerque, Wenduine, Duinbergen.
Volgens Hugo Van Loocke zou dat wel eens verkeerd kunnen zijn en ik geloof hem. Toen dat plaatsje aan de Noordzee zijn naam kreeg, zeker voor de 13de eeuw, was er nog geen duingordel. De boeren die vanaf de 8ste eeuw deeltijds op schorren gingen wonen en die op zoutweiden hun schapen lieten grazen en er na ontzouting echt aan landbouw gingen doen, begonnen ook te vissen. Van strandvisserij kwam er zeevisserij. Men ging na het vissen naar huis, maar moest een plek hebben om zijn schepen te BERGEN. In die tijd hadden veel plaatsnamen een woorddeel met een naam van een belangrijke persoon. Hoewel we die Blanco of Blancke niet kennen, zou hij wel de naamgever geweest kunnen zijn : BLANKENBERGE = bergplaats van Blan(c)ke




