

Stemmen van oud-leerlingen over de op 8 maart 85 jaar geworden leraar Nederlands en Duits
Philippe Vermoortele, oud-ll. 1972 : In mijn jaren in Maerlant ben ik vooral gevormd door Frits Standaert, die een bijzondere vorm van doceren hanteerde. Hij leerde mij vooral dat je steeds kritisch de zaken moet bekijken, dat je alert moet blijven, de “verwondering” koesteren. Dat cultuur in al haar vormen een weerspiegeling is van de maatschappelijke context. En dat er zoiets als “Entartete Kunst” bestond, en waarom. Hij was voor vijf jaar mijn leraar Nederlands en dit voor ten minste vijf uur per week.
Yves Roose oud-ll. 1968: Standaert genoot van zijn scheppend werk, als een duivenmelker van zijn blauwste geschelpten; wat kon het hem schelen wat anderen ervan vonden? Hij kwam er nooit mee naar buiten. Zelden werd hij gevraagd voor exposities, hij was ook geen vragende partij.
Standaert wist maar al te goed dat hij met zijn creaties geen roem kon oogsten : Joseph Beuys, Mark Rothko, Robert Motherwell, James Rosenquist en vele anderen waren hem voor geweest. Een plaats in de kunstgeschiedenisboekjes zat er niet meer in. Dus bleef Standaert vooral voor zichzelf bezig, navelstarend, als een auteur die de ene autobiografische roman na de andere schrijft, maar geen haar op zijn hoofd die eraan denkt ze ook uit te geven.
Standaert ontwikkelde een eigen taal, een eigen universum waarin hij geen pottenkijkers toeliet. Voor hem waren zijn werken dagboeken, herinneringen, referenties, geen sterveling die er wat aan had behalve hijzelf.
Korneel Lecompte, oud-ll. 1975; Van Frits Standaert heb ik altijd het “affectief openstaan” onthouden
Juriaan Cosman, oud-ll. 1986: Frits Standaert was een veeleisende leraar en dit gold zowel op het taalkundige als op het inhoudelijke vlak . Ik vond dat toen zeker niet altijd aangenaam. Met zijn aanpak zorgde hij er wel voor dat je zelf wilde voldoen aan zijn hoge eisen. Hij liet echter niet na de leerlingen te prijzen voor hun inspanningen en dat was zeer motiverend. De lessen overstegen eigenlijk het vak Nederlands want je werd als leerling gestimuleerd tot meer mondigheid en een kritische houding , en dus minder geneigd tot oppervlakkig denken. Eigenlijk is dit steeds blijven doorwerken bij mij en ik merk het belang daarvan zeer duidelijk, ook in deze tijden van populisme en fake news . Ook de lessen die gewijd waren aan literatuur zijn me steeds bijgebleven. Het is niet toevallig dat ik toen begonnen ben met het lezen van romans en poëzie.







Met R. Broux