

UGent-historicus Jan Dumolyn begint zijn maandelijkse DS-column ‘Tragedie en Klucht’ van 6 juni 2026 over het evenwicht in de sociale zekerheid met Juan Luis Vives traktaat DE SUBVENTIONE PAUPERUM (Over de Hulp aan Armen). In 1526 had de humanist het gepubliceerd. Hij pleit voor de waardigheid van armen, maar ook voor disciplinering. VIVES kennen we vooral door de naam van de VIVES-hogeschool in Brugge.
Vives was een marrano, een afstammeling van een tot het christendom bekeerde joodse, Spaanse familie. Familieleden van hem die in Valencia bleven – en niet uitweken naar bijvoorbeeld Turkije – waren slachtoffer van de inquisitie. De drie humanisten Thomas More, Desiderius Erasmus en Juan Luis Vives kenden elkaar.
Vives vond dat meisjes dezelfde opvoeding, hetzelfde onderwijs als jongens moesten krijgen: “Een vrouw heeft dezelfde hersenen als een man: dus kan zij ook studeren” (in DE INSTITUTIONE FEMINAE CHRISTIANAE)

De Lisseweegse schrijver (ook jeugdschrijver) Johan Ballegeer (1927-2006) schreef in 1977 de roman IMMORTELLEN VOOR BLANQUINA over het leven van J.L. Vives. Blanquina is zijn moeder, “de eerste feministe”. Immortellen zijn bloemen die bij het drogen niet veranderen.

Twee korte fragmenten uit
“Op 17 november 1528 vier de eerste vroege sneeuw uit de loodgrijze hemel boven de Noordzee tussen Engeland en Vlaanderen. Kuan Luis vives lag lijkbleek over de reling van een Vlaamse kogge die naar Blankenberge voer. Het was zijn laatste zeereis. Na een gevangenis van tien weken was hij uit England ontsnapt om er nooit terug te keren…”
“Op 6 mei 1540, als de hagedoorn bloeit in Vlaanderen en hij pas zevenenveertig jaar is, sluit hij moegetergd de ogen. Was hij een Jood?? Een Christen? Een Marraan? Drie jaar na zijn dood, in 1543, verschijnt een nieuw werk onder zijn naam:”Over de verdediging van het Christelijk geloof, met daarin een hoofdstuk ‘TEGEN DE JODEN’. Heeft Juan Luis Vives dit laatste boek wel zelf geschreven? Siempreviva.






