

De DRIE KONINGEN heten in het evangelie naar Mattheüs, apostel van Jezus, MAGIËRS of WIJZEN uit het Oosten. Pas later noemde men hen ‘koningen’. De evangelist zei niet dat er drie waren. Hij noemt wel drie geschenken. Later (in de Middeleeuwen) kregen die ‘wijzen’ de namen Caspar, Melchior en Balthasar. De geschenken: goud, wierook (= Arabische gomhars, als geuroffer gebrand) en mirre (=welriekende soort gomhars). Zij brachten Jezus hulde.
Matteüs:
De Wijzen uit het Oosten gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud, wierook en mirre.



Op Driekoningen, 6 januari) viel en lag er WITTE SNEEUW, ook in onze tuin en op de Maerlant- en Groenestraat-campus.
WITTE SNEEUW is een pleonasme, die we niet als taalfout beschouwen, hoewel twee keer hetzelfde wordt gezegd zoals in gele boterbloemen en vrouwelijke schrijfster.



