Heel wat middelbare scholieren 3de graad leerden in de jaren ’80 de Nederlandse schrijfster van DE SCHAAMTE VOORBIJ van ANJA MEULENBELT kennen. Nu, 40j. later wint zij de PC-HOOFTPRIJS voor Beschouwend Proza.
Strijdbare en geestige Anja Meulenbelt wint als eerste vrouw de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza. Anja Meulenbelt, auteur van het internationaal gevierde seventies-memoir De schaamte voorbij en meer dan vijftig andere titels, was nooit bang voor controverse.
Een eigenzinnige keuze van de jury is het: de P.C. Hooftprijs voor beschouwend proza is voor Anja Meulenbelt (80). Maar het is ook een logisch uitvloeisel van de groeiende (her)waardering van Meulenbelts werk de laatste jaren. De auteur zelf is verbaasd, zo vermeldt het persbericht; ze dacht dat haar werk te omstreden zou zijn. Het juryrapport benadrukt met klem de in niets verouderde ‘directe, rauwe en staccato stijl’ van het dit jaar heruitgegeven De schaamte voorbij.
Meulenbelts proza is altijd betrokken, strijdbaar zelfs, maar nooit verstoken van relativerende humor. In De schaamte voorbij ontwikkelt hoofdpersoon Anja zich tot maatschappijkritisch activist, na als jonge vrouw te zijn ontsnapt aan een gewelddadig huwelijk. Het zijn de jaren 60, Anja zit in een door mannen gedomineerde leeskring om Het kapitaal van Karl Marx te lezen.
De prijs die Anja Meulenbelt, 80 jaar, ontving, is genoemd naar Pieter Corneliszoon HOOFT. Hij is vele jaren als drost van Muiden, kasteelheer geweest in het Muiderslot. Hij stichtte er de Muiderkring met dichters en dichteressen. Maerlant-atheneumleerlingen bezochten Muiden wel eens tijdens een Amsterdamreis, een keertje zelfs samen met leerlingen uit het Athénéé Royal van Jumet.
Hooft (1581-1647) was dichter, toneelschrijver, geschiedschrijver. Zijn komedie WARENAR (1617) was gebaseerd op de Latijnse komedie Aulularia van Plautus. In 1668 maakte de Franse komedieschrijver Molière naar dat Latijjnse voorbeeld L’AVARE. Hooft schreef ook NEDERLANDSE HISTORIEN over de geschiedenis van de Nederlandse opstand tegen de koning van Spanje. Hij schreef ook sonnetten. Hier het sextet uit SONNET AAN MITHRA GRANIDA
Mijn Lief sint ick u mis verdryve’ ick, met mishaghen,
De schoorvoetighe tijdt, en tob de langhe daghen
Met arbeydt avondtwaerts; uw afzijn valt te bangh
En mijn verlanghen kan den Tijtgod niet beweghen,
Maer ’t schijnt verlanghen daer zijn naem af heeft ghekreghen,