
Begrijpt u dit waar gebeurde verhaal?
Mijn ouders waren vrij arme mensen. Mijn vader was aardewerker-steenbakker en mijn moeder huisvrouw. Ik had een bijna dertien jaar oudere zuster, die in 1953 getrouwd was. Ik had lager onderwijs gevolgd in de Gemeenteschool in Jabbeke, een school voor de minder gegoeden uit het dorp. Er waren twee onderwijzers. De ene gaf les aan de kinderen van het eerste tot en met het vierde leerjaar, de andere aan de vier hoogste jaren. (Tovenaars waren ze!) Na het vijfde leerjaar ging ik als enige Jabbeekse jongen naar het Brugse atheneum, naar de 6de voorbereidende. In december 1954 werd ik tien. Op het einde van het schooljaar was ik 13de op 21 leerlingen. Ik begrijp het zelf niet hoe ik in september 1955 de stap kon en mocht zetten naar de 6de Latijnse maar het geschiedde zo. In de 4des werd ik leerling van de Latijn-Griekse en in 1961 haalde ik het middelbare schooldiploma. Het Latijn (en het Grieks) had, heeft/hebben mij geëmancipeerd. En toen werd ik student Germaanse filologie in Gent (nog een wonder: geen enkele andere Jabbeekse jongere studeerde toen aan de RUGent). Ik werd leraar, eerst in KA Maldegem en van 1971 tot 2004 in RNS/Maerlant-atheneum Blankenberge. Nu ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat het leren van Latijn mij geëmancipeerd heeft: een beter woord is er niet om het belang van het onderwijs in dit vak te omschrijven.




