
In het Nederlands gebruiken we veel woorden, leenwoorden, uit het Frans, zoals bouillon, chanson, paraplu, ragout, souper. Het Frans is enkele eeuwen een cultureel belangrijke taal in Europa, in de wereld geweest en zeker in België.
In het Frans zijn er veel minder woorden uit het Nederlands. Ook vijf voorbeeldjes: bourse (van beurs) colza (van koolzaad), kermesse (van kermis), digue (van dijk), matelot (van matroos)







