80j. geleden, op 27 jan. 1945, werd het vernietigingskamp AUSCHWITZ door de Sovjettroepen bevrijd. Maerlant-personeelsleden en Maerlant-lln. waren er op bezoek. Tekst (met citaten van Elie Wiesel)

Een bezoek aan Polen, aan Warschau, Krakau en Auschwitz brachten personeelsleden van het Maerlant wel eens. In 2019 waren leerlingen van 7B met lerares Astrid Van Keer er tijdens een inleefreis.

In de Duitse krant DIE WELT van gisteren las ik:

EEUWIG GEDENKTEKEN

“Wat in de kampen geschiedde, is zo vreselijk, dat men hierover niet zwijgen mag en niet spreken kan” schreef ERICH KÄSTNER met blik op de concentratiekampen. Zijn woorden gelden tot vandaag. Tachtig jaar geleden is het, dat Auschwitz werd bevrijd – acht decennia, tijdens welke weliswaar het weten over de gebeurtenissen zelfs is vergroot, maar niet het begrijpen van de gebeurtenissen. Tot vandaag zijn er geen duidelijkere perspectieven, geen diepgaander begrip, dan hoe het onmiddellijk na de oorlog het geval is geweest. Wat geschiedde, blijft onvoorstelbaar – ook vandaag is het nauwelijks te beschrijven.”

De Joods-Amerikaanse schrijver,  in 1928 in Roemenië geboren, in 2016 in Boston gestorven, werd toen hij 15 jaar was, met zijn familie gedeporteerd. Hij overleefde de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald. Hij schreef over zijn oorlogservaringen in tientallen boeken, onder meer de bekende trilogie Nacht – Dageraad – Dag. Wiesel liet zich ook opmerken als mensenrechtenactivist. In 1986 kreeg hij de Nobelprijs voor de Vrede.

10 citaten van Wiesel die kenmerkend zijn voor zijn werk en persoon.

  1. Nooit zal ik die eerste nacht in het kamp vergeten, de nacht die mijn hele leven in één lange nacht veranderde. (Nacht, 1960)
  2. Ik was een lichaam. Misschien zelfs minder dan dat: een hongerige maag. Alleen de maag was zich bewust van de tijd die verstreek. (Nacht, 1960)
  3. Ik bid tot de God in mezelf dat hij mij de kracht zal geven om Hem de juiste vragen te stellen. (Nacht, 1960)
  4. Ik heb gezworen nooit te zwijgen waar en wanneer mensen lijden en worden vernederd. We moeten altijd partij kiezen. Afzijdigheid helpt alleen de onderdrukker, nooit het slachtoffer. (Rede bij aanvaarding Nobelprijs, 1986)
  5. Geen enkel ras is meerderwaardig, geen enkel geloof is minderwaardig. (Para Magazine, 1992)
  6. Ik zei tegen mezelf: God weet wat hij doet. Maar nu is de limiet bereikt. Daarom heb ik besloten hem te zeggen: Het is genoeg. (Legends, 1968)
  7. Geen enkele mens is illegaal. (Rede bij aanvaarding Nobelprijs, 1986)
  8. Omdat ik overleefde, vond ik dat het mijn plicht was mijn leven betekenis te geven, om elk moment ervan te rechtvaardigen. (Why I write, 1978)
  9. De doden vergeten is hetzelfde als ze een tweede keer vermoorden. (Nacht, 1960)
  10. Ik geloof in God, ondanks God. Ik geloof in de mensheid, ondanks de mensheid. Ik geloof in de toekomst, ondanks het verleden.

zevende van links

Christian Bols, leraar r.k.-godsdienst, o.a. in het Maerlant schrijft bij een foto van hem:

Yad Vashem, world Holocaust remembrance center, Jeruzalem Israël. Rechtvaardige onder de Volkeren is een eretitel die door Israël aan niet-Joden wordt gegeven aan eenieder die tijdens de Holocaust Joden heeft helpen onderduiken, ontkomen en overleven. In mijn familie in Mechelen, een joods meisje ingeschreven als Belgische in het bevolkingsregister. Ouders gedeporteerd via de Dossinkazerne, foto’s te zien in het Memoriaal museum. Dat meisje is mijn tante, ze heeft twee dochters die twee zonen kregen van wie ik peter ben. Het joods- zijn wordt doorgeven door de moeder naar de volgende generatie.

foto Dossin

met schilderij van Felix Nussbaum, die in Auschwitz stierf