
HLN: Klimaatbetogers slaan glasplaat kapot van kunstwerk van Velázquez in Londen.
Het werk van de Spaanse barokschilder Velázquez is een van de topstukken van het museum. Het is wereldberoemd en onbetaalbaar. Het schilderij maakt deel uit van de vier Venusportretten van Velázquez, maar het is het enige dat bewaard is gebleven. Het werd tussen 1647 en 1651 geschilderd.
In 2015 was Stefan Hertmans in de bib in Blankenberge:
Over OORLOG had hij het, WO1, die van zijn grootvader Urbain Martien, wiens dagboeken, ‘cahiers’ hij in 1981 van hem kreeg, die hij toen niet las, die hij dertig jaar later tot een roman verwerkte.
Over TERPENTIJN sprak hij, over schilderkunst eigenlijk. Zijn grootvader was een vaardig kopiïst, een kunstenaar, een kunstliefhebber van klassieke schilderkunst, van klassieke muziek ook.
Over LIEFDE vertelde hij, die van zijn grootvader voor de een jaar na WO1 aan Spaanse griep gestorven Maria Emeila, die hij in het geheim in Cupido’s spiegel afbeeldde op een kopie van Velasquez Rokeby Venus. Was dit een soort echtbreuk tegenover haar oudere, wat frigide zuster, met wie hij veertig jaar getrouwd was? En Hertmans toonde een foto van het originele Spaanse schilderij en van die merkwaardige, voor de wereld verborgen gehouden kopie.
Van de verdoemenis van de oorlog is de man nooit hersteld, maar er doet zich in zijn leven nog een drama voor, minder luidruchtig dan de inslaande obussen, maar niet minder bepalend: de dood van zijn verloofde door de Spaanse griep in 1919. Hij huwt haar zus, ‘een goedmoedige, van passie verstoken vrouw, die in bed met een regenjas aan sliep’. De tristesse van het bestaan van de ‘gehuwde weduwnaar’ die zijn grootvader geworden is doen versmelten met het megadrama van een aan flarden geschoten humaniteit, dat is het werk van een toverkunstenaar.
Een fragment : Ik herinner me het vage vermoeden dat me bekroop toen ik met mijn zoon in de Londense National Gallery voor de Rokeby Venus van Velasquez stond, en ik vraag mijn vader of hij enig idee heeft waar de kopie van dit schilderij zich nu bevindt…We klimmen samen de inmiddels wat gammele trap naar de zolder op, en vinden ergens in een hoek onder het stof een twintigtal schilderijen zonder lijst….Het op een na laatste schilderij is de kopie van de Rokeby Venus….En verdomd…het bloed jaagt me naar het hoofd: het gezicht in de spiegel dat ons aankijkt-is niet dat van Velasquez’ model, maar onmiskenbaar het gezicht dat ik zopas op de grijzige foto uit de envelop heb leren kennen – het gezicht met de bleke, oplichtende ogen – het gezicht van Maria Emilia … . Met iets van een duizeling besef ik dat deze kopie, hoezeer ze er ook identiek uitziet, nooit een kopie is geweest, maar een verhulde liefdesdaad, de behendige kopiist die mijn grootvader was, heeft met grote kiesheid de details zo gewijzigd dat hij zich zijn dode geliefde even naakt mocht voorstellen-de grootste zonde, object van zijn diepste verlangen dat een leven lang bleef vreten aan zijn beschadigde ziel…Wat nabootsing leek, verborg aldus het origineel van zijn passie-de charade van de schilderkunst werd zo de allegorie van de verborgen liefde die hij nooit heeft kunnen vergeten … .




