400 j. geleden werd de Franse toneelschrijver MOLIERE (komedies L’AVARE, LE MALADE IMAGINAIRE…) geboren. Latijnse Plautus schreef 18 eeuwen eerder zijn Aulularia, P.C. Hooft 50 jaar ervoor zijn WARENAR. Enkele Maerlant-leerlingen kennen dit drietal.

In de Franse les van Tom Cosaert (6MT) bespraken de leerlingen de Franse 17de-eeuwse toneelschrijver. Ze keken ook naar de film L’AVARE met Louis de Funès.

Zoals Charles Aznavour zingt over “la langue de Shakespeare”, waarmee hij het Engels bedoelt, zo bedoelt men het Frans met “la langue de Molière”.

Op 15 januari 1622 werd Molière geboren. Dit jaar wordt hij, vooral in Frankrijk, geëerd. Zijn blijspelen (met satirisch karakter) worden veel gespeeld, in Frankrijk nu zelfs in regie van de Vlaamse regisseur Ivo Van Hove.

Misschien wordt Molière in de Nederlandse les genoemd, als het over P.C. Hooft gaat. Deze veelzijdige dichter, toneelschrijver, geschiedschrijver, schreef in 1617, 51 jaar voor Molières L’AVARE zijn WARENAR (vertaald: de echte gek). Beiden haalden hun stof bij de AULULARIA van de Latijnse schrijver PLAUTUS (251v.C-184v.C.). Warenar vindt bij hem thuis een pot met gouden munten. Zijn angst voor diefstal ervan is groot. Hij durft niets uit te geven, bevreesd dat men hem rijk zal vinden. Zijn dochter Claartje is zwanger van een deugniet van een jongen en zijn oom wil met het meisje trouwen. Warenar denkt dat het die oom om zijn pot met goud te doen is. De knecht van de buurman ziet dat Warenar de pot verbergt op de begraafplaats en steelt die. Warenars vrees komt uit. Maar de diefstal wordt ontdekt door die deugniet, die Claartje zwanger maakte en die de schat schenkt aan Warenars dochter, die met die Ritsert trouwt.