
We liepen de eerste schoolochtend van 2022 op de speelplaats van de Zilvermeeuw-basisschool GROENESTRAAT We zagen niemand iemand kussen, niemand de rechter- noch de linkerhand schudden. Het waren door de jaren heen op zo’n dag de vertrouwdste gebaren
In De Standaard van 2 jan. 2021, een jaar geleden, schreef Inge Ghijs hierover:
Zoomen, skypen, teamsen bleek niet meer dan een surrogaat te zijn. In die zin hoopt iedereen dat het knuffelen en zoenen binnenkort weer mag. Maar hopelijk komt ook de voorspelling van viroloog Marc Van Ranst niet uit – dat we nooit meer handen zullen geven. We mogen in deze coronatijden wel geleerd hebben om ogen te lezen, het enige van het gezicht dat we vaak nog zien, het weegt niet op tegen de betekenis en de bron van informatie die een stevige, slappe, genereuze, weifelende, zenuwachtige handdruk is.
Door het geven van een hand sluit je een verbond, het is de bekrachtiging dat we iets met elkaar gemeen hebben. Het bezegelt de wil om samen te werken en schept een band.




















