KA/RNS-oud-lle (1974) ANNIE VAN PAEMEL schreef samen met DIRK VERHOFSTADT over haar vader het boek CHEF-KOK IN IG AUSCHWITZ. De media bericht(t)en erover. Hier vooral over de oorlogsbelevenissen van haar ouders.

Ik las eerst het interview in HUMO  met oud-lle Annie Van Paemel – ze was in 1971  een van mijn allereerste leerlingen in RNS/KA Blankenberge – en met Dirk Verhofstadt is boeiend en revelerend. Haar vader Willy werd bij het begin van WO II gedwongen als kok in Auschwitz te gaan werken (voor IG Farben, BASF BAYER, AGFA samen, groot en machtig en Hitler ten dienste). Hij bleef er tot de bevrijding door de Sovjets, de terugweg was een lijdensweg. Zijn jonge geliefde Yvonne kon op eigen houtje naar Auschwitz trekken om er ook te gaan werken én om Willy te zien, op wie ze zo verliefd was. (de echte aanleiding tot het schrijven van het boek zijn hun liefdesbrieven die Annie pas lezen kon na de dood van haar moeder in 2008). In Auschwitz verblijven was voor Willy niet zo’n hel. Hij besefte wel wat daar geschiedde, maar zelf had hij wel wat vrijheid…kon sporten, naar de bioscoop gaan.

?

CHEF-KOK in AUSCHWITZ biedt een andere kijk dan die welke we gewoon zijn, nl. die van puur slachtoffer vooral. Het is eigenlijk ook een verhaal over liefde tussen beide jonge mensen, Annies ouders.

Na de oorlog verhuisde de Antwerpenaar Willy Van Paemel naar Blankenberge, naar het hotel Jules César in de Vanderstichelenstraat (nu is daar Hotel Chaplin)

Annie Van Paemel was van 1980 tot 1998 lerares moraal in het Gemeenschapsonderwijs. In 1999 werd ze moreel consulent bij Defensie, waar ze vanaf 2009 hoofd was van de Dienst voor Religieuze en Morele Bijstand / Niet-Confessioneel (DRMB/NC). Als diensthoofd bekleedde ze de rang opperofficier, geassimileerd met generaal-major. Nu is ze erediensthoofd.

Het boek CHEF-KOK IN IG AUSCHWITZ bevat grote delen algemene geschiedenis over o.a. WOI, WOII, IG AUSCHWITZ, BEVRIJDING, NA DE OORLOG, PROCES NEURENBERG, PROCES IG FARBEN, maar ook de belevenissen van Willy Van Paemel en eerst zijn verloofde, later zijn vrouw Yvonne Schollen, Annies ouders…en ook over kunstschilder, tweelingbroer van Willy, Leo Van Paemel.

Jozef en Colette zijn de ouders van de centrale figuur Willy Van Paemel, geboren, net als tweelingbroer, later kunstschilder Leo,  in 1914. Zij woonden vanaf dan in de Vanderstichelenstraat in Blankenberge, Pension Jules César. Willy gaat naar de RMS, later naar een katholiek internaat in Lokeren. Hij heeft een hekel aan de kerk. In een restaurant in Charleroi wordt hij keukenknecht. Lare wordt hij kok en chef-kok en werkt in Antwerpen en Parijs. Legerdienst in 1935. In 1940 soldaat in Eben-Emael. Wordt gevangen genomen in mei 1940, naar Fallingbostel bij Hannover gebracht en slecht behandeld door de Duitsers. Snel mogen Vlamingen naar huis. Op 24 aug. 1940 is Willy in Blankenberge.

Dan werkt hij als banketbakker en kok in Antwerpen. Leert Yvonne Schollen kennen, boekhoudster is ze. Ze hebben sympathie voor de Joden.

In nov. 1942 gedwongen om in Duitsland te gaan werken. Yvonne niet; zij is nog geen 21. Op 10 dec. aankomst in Auschwitz, overrompeld door de grootschaligheid. Is werknemer bij IG Farben. Werkt er als kok in de keuken. Hij schrijft vlug liefdesbrieven naar Yvonne (Ze zijn bewaard en gecensureerd; Annie bezit ze, ze zijn aanleiding geweest tot het schrijven van het boek haar brieven zijn verloren) De brieven geven inzicht in IG Auschwitz. Tweede brief: heel positief…zijn werk, zijn verblijf. Hij mocht naar de stad, er eten en drinken kopen, naar de bioscoop gaan. Hij vernam niets over de oorlog, behalve in de propagandistische Wochenschau. Hij vraagt haar te komen naar Auschwitz. Wordt chef-kok en raakt bevriend met een Franse kok. Hij leest een Duitse krant én VOLK EN STAAT!. Al bij al had hij het goed, kamer netjes, een radiootje. Mocht tenslotte niet naar huis met vakantie. Yvonne komt…en is op 14 juli 1943 in Auschwitz. Ze zijn er veel samen. Willy kookt voor officieren, Yvonne maf wel eens komen helpen. Hij probeerde Joden aan wat eten te helpen (via afvalbakken…dikke aardappelschillen, ook groeten, vlees) Hij liep gevaar. Hij realiseert zich nu wat daar gebeurt.

De landing in Normandië…hij ziet beelden in de bioscoop. Willy werkt verder, maar krijgt buikvliesontsteking. Wordt geopereerd. Drie maanden herstel. Begin 1945: bereidt nog een schitterend maal voor SS-officieren. 17 Janauari: laatste appel. Bevel: op 20 jan. vertrekkensklaar zijn. Na veel moeite mag hij met Yvonne (en anderen) samen reizen…Ostrawa, Brno, Praag met de trein. Gedwongen gescheiden van Yvonne. Veel verdriet. Via nog ongeschonden Dresden naar Leipzig. Zij IGFarben-kaart helpt hem. Naar Bitterfled (kampement van IG Farben). Slaapt er in een Gästehaus. Ameikanen bombarderen. Yvonne in Pausa en op 5 maart ook in Bitterfeld. Op 14 april ’45 ontslag bij IG Farben én terugkeer naar de Heimat. Stappen door de velden, slapen bij boeren en lijden onder gevechten Amerikanen-Duitsers. Van amerikanen krijgen ze chewing gum, chocolade, sigaretten. Via Mittelbau-Dora nar Göttingen (22 april). Ze zijn in ‘bevrijd’ gebied. Met gestolen fietsen, Soest, Dortmund, een spookstad. Aangevallen door Duitse jongeren, ze geven al hun eten af. Ze zijn berooid en uitgeput. Aan een landbouwersgezin, waarbij ze overnachten vertelt Willy over Auschwitz: men heeft er nooit over gehoord. 1 Mei Essen, Düsseldorf…met militaire boot over de Rijn met Nederlanders en Belgen. 8 Mei Roermond… doodop. Over de Maaas naar Maastricht. Amerikanen brengen hen naar Hoei, detentiecentrum. Ze worden er verhoord en worden door een officier gelukgewenst. Willy moet in Hoei in het ziekenhuis. Dan naar Luik en met de trein naar Brussel.

De oorlog is voorbij. Yvonne naar Antwerpen, Willy naar Blankenberge. Hij slaapt drie dagen, dan naar Sint-Janshospitaal in Brugge

Jozef en Colette, zijn ouders hebben de oorlog goed doorstaan, o.a. door Willy’s opgestuurde geld. Door Yvonnes ouders wordt hij als een held ontvangen. Op 11 sept 1946 wordt hun zoon Guido geboren. Ze wonen in Berchem, in de zomer werken ze in het pension in Blankenberge. In 1950 sterft vader Jozef. Willy en Yvonne baten nu het pension Jules César uit. Op 7 feb. 1956 wordt Annie geboren.

Ze verdienen goed; de werkende middenklasse komt er logeren. Willy is een goede kok en zijn desserts zijn heerlijk.

Over zijn verblijf in Auschwitz praat Willy zelden. Zijn ouders hadden er geen belangstelling voor. Met hun kinderen praten Willy en Yvonne er niet over, alleen eens een anecdote. Alleen aan de Engelse man van zijn zuster Edith vertel Willy over Auschwitz.

Eerst is hij zeer tegen de Duitsers, later wordt hij milder.

Hij koestert veel belangstelling voor de oorlog. Hij blijft optimist.

Tot in 1982 houdt het echtpaar het hotel open. Dan gaan ze in een villaatje in Blankenberge wonen Willy volgt de processen in Neurenberg en die van IG Farben. Hij vindt dat wat dit proces betreft geen gerechtigheid is geschied.

Zelf was hij tegen zijn wil tewerkgesteld in IG Auschwitz, zij het wel in comfortabele omstandigheden. Hij voelde schaamte dat hij het er zo goed van had afgebracht. En was ook trots dat hij zijn menselijkheid niet verloren had.

het pakje brieven van haar vader