TIJDENS DE ZOMERVAKANTIE : INTERVIEWS MET LEERKRACHTEN … DE POLSSLAG VAN EEN LERAAR … EEN INTERVIEW MET LERAAR PLASTISCHE OPVOEDING PETER PUYPE – DEEL 3

Peter Puype – Deel 3

Als je iets wat verdwenen, uitgestorven is, terug zou kunnen brengen, wat kies je dan?
In West-Europa is de ziel uitgestorven. Zoals ik reeds verwees naar de Griekse en Romeinse cultuur. Het Christelijke geloof is daar verantwoordelijk voor, onze driften moeten beperkt worden: de hemel en de hel. Laat ze maar beiden op mij los. Ik zal wel zelf kiezen wat ik wil. De kerk hoeft mij niet te zeggen wat goed en slecht voor me is.

Waar zou je het liefst willen zijn?
Overal en nergens. Als ik kies voor een plaats, dan kan ik die andere plaats niet ontdekken. Het doet er niet echt toe, vrees ik. Zolang er maar een onderlinge verstandhouding is. Ik bedoel daarmee: geen oorlogssituatie, hongersnood of andere extreme situaties. Wie wil er wel op zo’n plaats zijn?

Hoe kom je tot rust?
Als ik ‘s avonds moe thuis kom kan ik enorm genieten van een warm bad. Dat is mijn moment van ‘luxe’. Heerlijk, als het water dan wat koud wordt om de kraan van het warme water dan nog eens open te draaien. Die decadente warmte die zich dan mengt met het lauwe water, fantastisch.

Wanneer heb je voor het laatst gehuild?
Tranen komen heel snel in mijn ogen. Het heeft te maken met mijn medeleven met anderen. Ik ben direct geraakt, emotioneel, sentimenteel. Deze tranen kunnen uit blijdschap of verdriet zijn, het leven met extremen.

Welke muziek kies je als verzoeknummer?
Een verzoeknummer, dat is afhankelijk van de situatie, de plaats en de tijd. Het heeft veel te maken met gevoel. Ik heb een heel brede smaak van muziek. Zowel het hardste van de hedendaagse rock tot vederlichte klassieke muziek kan mij bekoren. Muziek moet een betekenis hebben voor mij. Ik hou echt niet van muzak.

 

Hoe wil je dat men over je denkt?
Ik heb daar niks in te willen. Het is een feit dat het een eindje duurt voor mensen mij begrijpen. Is het een afweermechanisme dat ik zelf heb ingebouwd, een harnas rondom mij, de ruwe bolster? Of heeft het te maken met het feit dat velen zich liever adapteren aan de groep en dan maar gaan meehuilen met de wolven als het over mij gaat. Het is een wisselwerking, denk ik. Misschien moet ik mezelf eens wat meer openstellen. Terwijl ik dan denk: ‘ze zullen wel geen interesse hebben in de dingen die mij echt beroeren’. Daarom hou ik me liever op de achtergrond, in eerste instantie. De kat uit de boom kijken. Schuchter en verlegen, soms ben ik dat ook. Dus hoe wil ik dat ze over me denken? Vul dat maar zelf in.