De KERSTBOOM, altijdgroene conifeer, spruit voort uit een heidens gebruik. Zo’n miljoen in Belgische huishoudens…en in klas-en andere schoollokalen.

De kerstboom is vermoedelijk een Germaanse traditie. Maar ook de Romeinen versierden hun huis  met groene takken: symbool voor vruchtbaarheid en goddelijkheid. Uit de keuze voor de versierende sterren en manen, blijkt dat men de boom enige goddelijkheid toedichtte.

De groene boom kondigde ook de nieuwe lente aan, een tijd van bloei. De Germanen zetten die  tijdens de midwinternacht, de kortste dag van het jaar,  vaak in het midden van het dorp.

Kerstbomen waren vanaf de vijftiende eeuw, in Oost-Europa, Duitsland en Scandinavië in  gebruik tijdens christelijke winterfeesten.

In de rooms-katholieke kathedraal van Straatsburg stond in 1539 een grote kerstboom.

In de 17de e. zetten rijke Duitsers een boom in huis. Ze hingen er appeltjes in. Dit gebruik werd overgenomen door de Britse adel.

In de 19de e. zag men overal in Europa kerstbomen.

Duitse emigranten brachten de traditie rond 1800 over naar de Verenigde Staten, waar de kerstboom commercieel werd en waar die uitbundiger werd versierd.

F. D. Roosevelt, de latere president begon in 1930 een eigen kerstboomboerderij.

In Nederland verschenen kerstbomen het eerst in protestantse middens.

Er was tot in de 20ste e. verzet van de katholieke kerk, omdat men het een heidens gebruik vond.

Toen ik een kind was en in Jabbeke woonde, ging mijn vader in een bos in Snellegem een dennenboom met wortel eraan uit de grond graven. Die werd versierd met ballen en kaarsjes, die mijn moeder aanstak…zo gevaarlijk!

2014