Op 1 feb. wordt oud-ll. (1990) KENNETH DEHENAUW operationele coördinator van de cel MTUAS (Maritime Tactical Unmanned Aerial Systems). De duur van zijn avontuur bij Defensie: 28 jaar.

Kenneth Dehenauw volgde in het Maerlant-atheneum de richting Moderne Talen. Ik gaf vele uren les aan hem, was in 1989 mee op GWP, maakte een buitenlandse schoolreis naar Keulen, Bonn en Trier met hem en jaargenoten mee EN was met hem en twee klasgenoten (Axel Lynen en Catherine Lambin) in Berlijn net na de Val van de Muur en net na de decemberexamens 1989. (lees ook KENNETH DEHENAUW (OUD-LL. 1990)MAERL.-ATH.) MAAKTE OP 22 DEC. 1989 DE VAL VAN DE MUUR BIJ DE BRANDENBURGER TOR MEE…SAMEN MET CATHERINE LAMBIN, AXEL LYNEN EN JAAK COUDEVILLE. HIJ SCHREEF ZIJN HERINNERINGEN OP. – Maerlantkrant

Hij is de broer van oud-ll. (1988) David Dehenauw en van oud-lle (1993) Sarah Dehenauw. Hun moeder is Nadine Benoot – 17 jaar was ze schepen in Blankenberge. Hun vader, Jean-Pierre, is overleden. Hij was zeeloods en voer de wereldzeeën af.

My beautiful picture

Kenneth Dehenauw schrijft mij:

Mijn avontuur bij Defensie begon zo’n 28 jaar geleden toen ik als een van de laatste dienstplichtigen werd opgeroepen voor dienst bij de toenmalige Belgische Zeemacht, nu Marine genaamd.

Na 2 maanden opleiding, de zogenoemde basisinstructies om als matroos periodes op zee te kunnen functioneren mocht ik meevaren aan boord van een oude houten mijnenveger (M908 Truffaut).

Leven aan boord van een relatief klein schip (50 meter lengte) met 50 manschappen mag niet onderschat worden. Je dient veel rekening te houden met de rest van de bemanning en een groot gebrek aan privacy. Een zeeman bij de Marine is gemiddeld ongeveer 7 maanden per jaar op zee. Niet aaneensluitend, maar periodes van 3 a 4 maanden op zee zijn echt geen uitzondering.

 Na 6 maanden aan boord van die mijnenveger, wanneer ik het leven aan boord meer en meer begon te appreciëren, heb ik mij kandidaat gesteld om de opleiding onderofficier te beginnen in Sint Kruis, specialiteit detector radar/sonar. Na 14 maanden opleiding mocht ik als tweede meester (sergeant bij de landmacht) in stage beginnen aan boord van een mijnenjager (M924 Primula).

3 jaar en vele vernietigde zeemijnen later werd ik opgebeld door de personeelsdienst om te vragen of ik geen interesse had om iemand tijdelijk te vervangen aan boord van een fregat (F911 Westdiep). Ik hapte toe en mocht naar Brest, in Frankrijk,  reizen om aldaar in te schepen aan boord van F911. We vertrokken diezelfde avond richting de Perzische Golf om er aan konvooibescherming te doen (primaire taak van een fregat). Een fregat is groter dan een mijnenjager (gemiddeld 120 M in lengte een bemanning van 150). Eigenlijk een kleine kazerne op het water.

Na een jaar aan boord van F911 werd het tijd om weer naar de schoolbanken te gaan.

Gedurende 8 maanden werd ik geschoold tot assistent Commando Centrale Officier (ACCO). Deze functie is meer leidinggevend en omvat o.a. controle over de verschillende radar- en sonarconsoles in de Commandocentrale en het aanbieden van een zo gedetailleerd mogelijk overzicht van de omgeving rondom het fregat.

De Commandocentrale wordt aangezien voor het brein van het schip. De sturing en controle gebeurt in de commandocentrale en wordt zo uitgedragen naar de brug (ogen van het schip) en naar het hart (technische centrale voor voortstuwing, energievoorziening enz…). Deze taak heb ik gedurende 5 jaar uitgeoefend.

In 2007 werden 2 fregatten van de Nederlandse Koninklijke Marine overgekocht. Deze fregatten beschikken over een helikopterdek en dus over de mogelijkheid om een boordhelikopter in te schepen. Deze helikopters beschikken dan wel over een eigen radar, doch vertrouwen op zee op de meer performante boordradars voor directie.

Ik was kandidaat om de opleiding voor helikopter-directieofficier te volgen in Den Helder, Nederland. Een korte, maar pittige opleiding van 8 weken.

Helikopterdirectie kan men vergelijken met luchtverkeersleider (op kleinere schaal) om het fregat heen. 

Deze functie heb ik gedurende 7 jaar uitgevoerd aan boord van F931 (Louise-Marie).

In 2013 volgde ik de opleiding tot hoofdonderofficier in Sint-Truiden. Na al die jaren aan boord te hebben geleefd werd het in 2014 tijd voor iets anders…

Ik werd naar Den Helder gestuurd om les te gaan geven in de Nederlands-Belgische Operationele School. Ik logeerde tijdens de week in een huis van het Landal Park in Julianadorp en tijdens het weekend in Blankenberge. Familiaal best wel een moeilijke tijd.

In 2017 werd ik aangesteld in de graad van oppermeester en ging ik in Zeebrugge werken, aan de wal. Hier bestond mijn taak erin om de coördinatie van de opwerking van de mijnenjagers op mij te nemen. Deze functie heb ik eigenlijk tot nu uitgevoerd.

Vanaf 1 februari wacht mij  een nieuwe uitdaging. Ik word dan operationele coördinator van de cel MTUAS (Maritime Tactical Unmanned Aerial Systems).

Vanaf 2021 wil de Belgische marine drones aanschaffen. Het moet gaan om een verticaal opstijgende en landende (VTOL) drone (een Unmanned Aerial Vehicle) van maximaal 200 kg. De drone moet een actieradius hebben van 90 km en zes uur kunnen vliegen, het toestel moet 50 kg aan last kunnen meedragen. Deze UAV’s moeten bovendien vanaf alle schepen, dus fregatten tot patrouillevaartuigen, kunnen opereren.

Tot op heden heeft de Belgische marine geen drones die opereren vanaf schepen. Daarom is de nieuwe eenheid Maritime Tactical Unmanned Aerial Systems (MTUAS) opgericht. Deze eenheid die in de toekomst met de drones moet gaan werken, zal de komende twee tot drie jaar verschillende UAV’s testen. 

Berlijn 1989
Springe: gesprek met DDR-vluchtelingen
GWP 1989
Keulen 1988