NICOLINE VAN DER SIJS krijgt TAALBOEKENPRIJS 2020 voor haar boek 15 EEUWEN NEDERLANDSE TAAL. “Neem een enthousiaste docent Nederlands en dit inspirerende boek, en de toekomst van het schoolvak Nederlands ziet er meteen een stuk rooskleuriger uit.”

In het juryrapport lezen we:Neem een enthousiaste docent Nederlands en dit inspirerende boek, en de toekomst van het schoolvak Nederlands ziet er meteen een stuk rooskleuriger uit.”

En 15 eeuwen Nederlandstaal heeft een goed doordachte structuur, en hoewel Van der Sijs vaak ingaat op details en wetenswaardigheden, verliest ze het grote verhaal van de taal nooit uit het oog. Dat alles resulteert in een boek dat zowel voor de liefhebber als voor de kenner een lust is om te lezen, en waar ook de leek veel plezier aan kan beleven.

In elk hoofdstuk, voor elke periode nl. de prehistorie (ca. 5000 voor C. – 6de eeuw na C.), de Oudnederlandse dialecten (tot de 2de helft 12de e.), de Middelnederlandse dialecten, (2de  helft 12de eeuw tot begin 16de eeuw), Het ontstaan van de Nederlandse standaardtaal in de 16de en 17de e., Cultivering van de schrijftaal in de 18de en 19de e., De emancipatie van de spreektaal en de opmars van de taalpolitie, 20ste e bespreekt ze alle aspecten van taal…uitspraak, woordenschat, verbuiging, vervoeging, woordvorming, zinsbouw, spelling, de invloed van andere talen…

Nicoline van der Sijs is taalkundige en vooral etymologe.

Hoewel ze wel wat aandacht besteedt aan het Nederlands in Vlaanderen, vind ik dat aspect wat verwaarloosd, bijvoorbeeld over het gebruik van jij en gij (gie) in het West-Vlaams.

Haar boek is een werk dat de taalsituatie beschrijft, waarin regels beschreven worden, maar niet opgelegd. Ze lijkt me echter iets minder dan Joop van der Horst de standaardtaal af te schrijven. Wat mij betreft, ik vermoed doordat ze de situatie in Vlaanderen onvoldoende kent en voelt, is ze optimistisch over de ontwikkeling en zou ze te veel taalvariaties toelaten met gevaar voor misverstanden en het verder uit elkaar groeien van het Nederlands in Vlaanderen en in Nederland. Ze doet alsof het Nederlands maar twee geslachten meer kent, mannelijk en onzijdig en ze lijkt te verwachten dat ook het laatste zal verdwijnen…’de meisje, die…’ Ze schrijft dat de uitspraak van de slot –EN, als EN geen Standaardnederlands is…

Maar ze leert je veel bij…dat het volgens ‘t kofschip’ eigenlijk ‘geweesD’ had moeten zijn (van ‘wezen’…zoals gevreesD van ‘vrezen’, dat het achtervoegsel ‘zaam’ van ‘verzamelen’ komt, dat het eerste deel van ‘vagevuur’ van ‘vegen, vagen’ komt = reinigen, dat het Franse ‘fauteuil’ van ‘vouwstoel’ komt, dat er in de 17de eeuw meer boeken in de Republiek (Nederland zonder Vlaanderen) dan in de rest van de wereld werden gedrukt, dat de geletterdheid  er eind 18de e. 70% voor de vrouwen en 85% voorde mannen was en in Frankrijk 14 en 18 procent, dat het Nederlands een ‘pluricentrische’ taal is geworden enz.

Op de site ‘etymologiebank.nl’ is Nicoline van der Sijs alom tegenwoordig.