“Aan iedereen die de schoonheid van de zee wil ontdekken, zou ik aanraden naar Blankenberge te gaan …”(L. von Plönnies 1844) – Blankenberge, die charmante badplaats…is te klein om al die buitenlandse gasten te ontvangen (C. Popp 1867)

Luise von Plönnies, Duitse schrijfster (1803-1872), die het boek Reiseerinnerungen aus Belgien  schreef, hield van Vlaanderen en schreef met liefde voor Blankenberge over de badplaats…ze stelt echter bij een redder een houding vast tegen niet-Vlamingen

Als badplaats is Blankenberge op veel punten beter dan Oostende. Terwijl  men in Oostende de onmetelijkheid van de zee moet zoeken, moet men in Blankenberge maar dertig treden opstijgen, om van dat allermooiste zicht te genieten. Ik zou daarom iedereen, die voor het eerst de zee wil zien, aanraden naar Blankenberge te gaan, waar de grootsheid van het element overweldigend op de bezoeker moet inwerken …

Sinds de koning van Pruisen voor een dejeuner in Oostende vijfduizend frank betaalde en de afzetterij daar überhaupt aanzienlijk toenam, week menige badgast uit naar het stille vissersdorp…

Ik was in Blankenberge te gelukkig om niet een dankbare lofzang te zingen: urenlang zaten we p het mooie strand terwijl de vloed opkwam en schelpen en zeewier voor onze voeten spoelden. In elke stemming heb ik de zee beluisterd

Zij schreef echter ook  over een redder, die door vissersvrouwen en badgasten aangespoord werd om een drenkeling te helpen en in de duinen bleef liggen, dat hij de volgende dag aan de burgemeester zei “Mijnheer, ik ben alleen aangesteld  ter redding van Vlamingen, die daar was een vreemde”

Caroline Popp, 19de-eeuwse (1808-1891) (haar meisjesnaam is Caroline Clémence Boussart) was een  vooral Brugse, Franstalige – uit Binche afkomstig –  liberale journaliste, hoofdredactrice van Le Journal de Bruges, en schrijfster.

Blankenberge, die charmante badplaats, die ieder jaar meer succes heeft, waar men op dit moment een voortreffelijke haven graaft…Blankenberge is te klein om al die vreemdelingen te ontvangen die er elk jaar tussen 1 juli en 15 september aankomen en elk jaar in groter aantal zijn…

(Ze stelt vast dat het Kasteeltje van Uitkerke in verval is en dat het geschikt gemaakt zou kunnen worden om er toeristen te herbergen)