11 juli: feestdag van de Vlaamse Gemeenschap…we denken aan 11 juli 1302, aan Consciences ‘Leeuw van Vlaanderen’, aan Robrecht van Béthune, de ‘leeuw’ die toen niet op de Groeningekouter, maar in het kasteel van Chinon in gevangenschap vertoefde.

Hendrik Conscience was een romantisch schrijver. Veel van wat hij schreef, ook de LEEUW VAN VLAANDEREN’ drukte het romantische verlangen uit naar een roemrijk verleden

Dit blijkt o.a. uit dit fragment uit die historische roman, waarin de toekomstige graaf van Vlaanderen Robrecht van Béthune plots op het slagveld bij Kortrijk opduikt:

Op dit oogenblik zag men in de richting van Audenaerde, achter de Gaverbeek, iets dat hevig tegen de zon blonk, zich tusschen de boomen bewegen; dit wonderbaer verschynsel naderde met snelheid en kwam eindelyk in het open veld; …De Vlamingen wendden hunne oogen met blyde hoop naer den gulden ridder, die in de verte kwam aenrennen. Zy konden het woord Vlaenderen nog niet lezen, en konden dus niet weten of hy een vriend of een vyand was;.
Gwyde (van Dampierre) en Adolf (van Nieuweland) , die zich te midden der vyanden verweerden, hadden den gulden ridder erkend. Nu scheen het hun dat de Franschen veroordeeld waren, want zy hadden een volle betrouwen in de macht en de kunde van dien nieuwen kryger. De blikken, die zy zich onderling toestuerden, zegden:
“ô Geluk, daer is de Leeuw van Vlaenderen!”


Alles viel voor zynen pletterenden hamer, riep:
“Vlaenderen den Leeuw! Volgt my! Volgt my!”
Deze woorden roepende, wierp hy een groot getal Franschen in het slyk, en ging zoo verbazend in de slachting voort dat de Vlamingen hem als een bovennatuerlyk wezen aenzagen.

Robrecht van Béthune daar laten verschijnen is een historische onjuistheid. Hij, de zoon van Gwijde van Dampierre, toen zelf nog graag van Vlaanderen, verbleef nl. in Chinon (Frankrijk) in gevangenschap

DE LEEUW VAN VLAANDEREN eindigt met:

We denken ook aan AAN LODEWIJK VAN VELTHEM, HENDRIK CONSCIENCE EN DE SLAG DER GULDEN SPOREN, AAN HET BLANKENBERGSE CONSCIENCEMONUMENT, AAN BELLA STOCK OOK

718 jaar geleden vond op de Groeningekouter (Kortrijk) de Slag der Gulden Sporen plaats. Vlamingen (o.a. uit Brugge, het Brugse Vrije, Ieper, Gent, Aalst, uit het Graafschap Vlaanderen dus, weinig uit Brabant, wel strijders uit Namen …) vochten er tegen een Frans leger, dat de strijd verloor. (Het Franse leger bestond uit vele ridders die gulden sporen droegen, puntige stiften om het paard aan te drijven)

Deze gebeurtenissen werden vanaf 1315 uitvoerig beschreven in ongeveer 1200 verzen in het Middelnederlands door de Brabantse geestelijke Lodewijk van Vetlhem  in het vijfde deel van het boek Spiegel Historiael , een groots werk van Maerlant, die in 1302 net gestorven was en dat van Velthem verderzette.

We denken aan het standbeeld van Jan Breydel en Pieter De Coninck op de Grote Markt in Brugge, ook aan Conscience in wiens Leeuw van Vlaanderen de overwinning van de Vlamingen in 1302 geromantiseerd wordt voorgesteld.

Dat Conscience in Blankenberge met een straat – al in 1899 – en met een monument – in 1912, honderd jaar na zijn geboorte – werd vereerd, had te maken met bewondering in Blankenberge voor hem – er was sedert 1873 een Conscience-Taalgenootschap (waaruit volgens sommigen de toneelvereniging ONDER ONS is ontstaan, die groeide uit de schoot van de verenging BONDEN DER OUD LEERLINGEN VAN DE LAGERE –EN MIDDELBARE SCHOLEN) en hij verbleef er enkele zomers, zelfs een keer twee maanden.

Aan de overkant van de markt staat het monument van Conscience. Hij was Antwerpenaar. Zijn vader was Fransman. Hij schreef romantische verhalen en romans. Vele zijn historisch, andere zijn plattelandsverhalen (Kempens). Hij was 18 toen België onafhankelijk werd. In 1838 verscheen zijn historische roman DE LEEUW VAN VLAANDEREN. Het is het gekleurde verhaal van de Guldensporenslag van 1302. Die roman is toch wel heel belangrijk geweest. Hij is een voorbeeld van literatuur als cultureel geheugen’ Conscience had zich voor en tijdens het schrijven wel zeer goed laten informeren over de historische feiten, o.a. door Octave Delepierre, een Fransman die in Gent rechten had gestudeerd en in Brugge archivaris was geworden. Conscience heeft zeer veel invloed op de Vlaamse Beweging gehad, maar was wel een ‘goede’ Belg en opteerde op latere leeftijd voor Algemeen Nederlands, eerder dan voor een particularistische houding.

Het Consciencestandbeeld op het pleintje tegenover de Grote Markt: kunstschilder E. Van Rijswijck (Antwerpen) ontwerpt de maquette, beeldhouwer G. Pickery (Brugge – hij maakte de beelden van Maerlant in Damme en van Memling en Van Eyck in Brugge) realiseert het vergulde medaillon van Conscience en de lezende vissersfiguur, geïnspireerd door Bella Stock, een roman van Conscience.

In dit werk vertelt hij het romantische verhaal van een jonge Franse edelman die het Schrikbewind in zijn land tijdens de Revolutie ontvlucht en tot tweemaal toe gered wordt door een eenvoudig vissersmeisje uit De Panne.

Alhoewel dit meisje de teekenen van gemoedskracht en van lichaamssterkte toonde, was er niettemin iets wonderzoets, iets bekorends zelfs in hare wezenstrekken. Hare wangen waren nog gekleurd met de teedere roosverf der kindsheid; hare groote zwarte oogen zwommen weg in glinsterend kristallijn; haar mond besloot parelen, welker boorden doorschijnend waren van zuiverheid; – maar wat in haar het bevalligst voorkwam, was de onuitlegbare zachtheid van haren glimlach, de gulle eenvoud harer uitdrukking en zekere losse zwier in hare kleedij.Voor allen opschik had zij echter niets dan een rood baaien lijveken, eenen witten halsdoek, eenen zwarten rok en een blauw katoenen mutsje, dat opgeheven was door de overvloedige lokken harer bruine, glimmende haren; – maar dit nederige tooisel veranderde zoo weinig aan de fraaiheid harer leden, hare wangen waren zoo frisch en hare oogen zoo helderzoet, dat zij daar stond, klaarblijkend gesierd met al de pracht eener zuivere en milde natuur.