KOT HOK HUIS KASTEEL…een taalfilosofietje ten gevolge van minister De Blocks oneerbiedig taalgebruik

achter de oud-leraten P. Beuckels en M. Rogghe: een KOT

Ik schrok verontwaardigd toen minister De Block “blijf in uw kot” zei. Ze bedoelde met ‘kot’ huis. Zo oneerbiedig mocht ik van mijn ouders mijn huis niet noemen en ik deed en doe het niet en ik blijf het de gezondheidsminister kwalijk nemen dat ze dit woord zo de Vlaamse wereld instuurde

In het Stalhils/Jabbeeks dat ik als moedertaal verwierf was KOT een ruimte naast het woonhuis, waar dingen werden gelegd of waar dieren verbleven. Palend aan de achterkeuken waren er koten. In een kot was er geen verlichting, geen verwarming. In Het eerste kot, dat we zo noemden, lagen dingen. Je moest de deur openhouden om ze te herkennen.Op warme zomerse zaterdagen wasten we ons daar in een gegalvaniseerde waskuip. Ernaast was het toilet, we zeiden ‘vertrek’ en daarnaast was het ‘keunekot’ en dan volgde het ‘koolkot’, waarachter het ‘zwienekot’ was en waarboven we ook een ‘duvekot’  en’ kiekekot’ hadden met ervoor een zwieneperk en kiekeperk en tot slot ‘tlatste kot’.

voor het ‘keunekot’ in 1951

Nu noemen we het tuinhuis ook wel een ‘tkot.

My beautiful picture

In het AN is kot HOK

In een huis, woord verwant met het Griekse keuthein= bedekken, wonen mensen, er is verlichting en verwarming

In een kasteel , woord afkomstig van het Latijn CASTELLUM = versterkte burcht, woont een koning, een prins, een HEER ook, die van Uitkerke bijvoorbeeld

Reactie's