MAERL.ATH. 2DE JAAR: SAMENWERKING LEVENSBESCHOUWELIJKE VAKKEN I.V.M. THEMA ‘ROUWEN’+ OVER KOORGESTOELTE, ALTAAR, SACRISTIE, KAZUIFEL E.A.

De leraressen n.c. zedenleer Alexandra Rondas r.k. godsdienst, Machteld Vanhamme

brachten met  lln. van 2A een bezoek aan de dekenale Sint-Rochuskerk, waar een medewerker hun  een rondleiding  in de kerk en de sacristie gaf.

KOORGESTOELTE: dit zijn zitplaatsen tegen de zijwanden van het koor (dit is de ruimte waar het hoofdaltaar zich bevindt). Hier zitten geestelijken; in kloosterkerken monniken. De kerk is van 1889, ze is neoromaans, het koorgestoelte is van 1909 en is neogotisch

HOOGALTAAR: aan het hoogaltaar viert de priester de eucharistie, de dankzegging aan God. Men denkt hierbij aan het Laatste Avondmaal…dit is ook hier afgebeeld

SACRISTIE: de plek in een r.k.-kerk waar alles bewaard wordt wat de priester(s) nodig heeft/hebben voor de mis o.a. kazuifels, de mouwloze gewaden die de priester als opperkleed draagt tijdens de mis. De leerlingen zagen er een heel mooie, oude, een heel dure.

De pastoor toonde in de sacristie nog enkele waardevolle voorwerpen…een 18de-eeuws misboek, een zilveren Antoniusbeeld e.a.

BIECHTSTOEL:  in een biechtstoel gaat (ging) de rooms-katholieke gelovige zijn zonden biechten (bekennen) aan de pastoor, die in het midden van het meubel zat. Biechtstoelen, zoals we ons die voorstellen zijn er pas sedert de barokperiode (17de eeuw)

PREEKSTOEL: heten we ook preekgestoelte of kansel. De pastoor preekt (= verkondigt Gods woord)  nu van bij het altaar. Vroeger ging hij op de kansel staan, die in het midden van de kerk stond (staat).

WIJWATERVAT: bij het binnenkomen van een kerk is er een wijwatervat (meestal zijn er twee). Men besprenkelt er zich met gewijd water erin, terwijl men een kruisteken maakt

DOOPVONT: die bevindt zich in een r.k-kerk meestal achteraan in de kerk in een doopkapel. Daar wordt de dopeling overgoten met water