KERSTBESTANDEN: MONSTRANS ALS TEKEN VAN VREDE OP 26 DEC. 1914 IN DIKSMUIDE + MEER OVER ‘NOOIT MEER OORLOG’ IN EN OP DE IJZERTOREN EN OP HET FRIEDHOF IN VLADSLO (6TSO MAERL.-ATH + 6DE LJ D’OEFENSCHOOL)

Tijdens hun bezoek aan de Ijzertoren in Diksmuide – zagen de leerlingen tekens van verlangen naar VREDE, o.a.  de monstrans – gouden vaatwerk met ronde opening voor de hostie – , ze beluisterden het verhaal van de kerstbestanden op enkele plaatsen aan het front in 1914

Aan de Hoge brug op de grens tussen Kaaskerke en Diksmuide

lagen Belgische en Duitse soldaten langs weerszijden van de

IJzer. Op 23 december 1914 schreef de Duitse majoor Anderson

vanuit dit gebied aan zijn vrouw: ‘Wij liggen al een paar dagen

onder zware beschieting. Alle vensters zijn stuk en het is verschrikkelijk

koud. Wij slapen al acht dagen in de kelder. Wat is

de oorlog toch verschrikkelijk. Morgen is het Heilige Avond, wij

zijn stil en weemoedig.’

Omstreeks 14u30 verscheen de protestantse Beierse majoor

William Anderson op deze brug. Hij was vergezeld van een ordonnans

die een monstrans droeg. Hij vroeg naar een Belgische

officier omdat hij deze monstrans als teken van vrede aan

de Belgische soldaten wilde overhandigen. Kapitein-commandant

Guillaume Le Maire en aalmoezenier Sabin Vandermeiren

kwamen ter plaatse. Een koord werd behoedzaam over de

IJzer geschoven. Daaraan werd een linnen zak bevestigd waar

de monstrans instak en die werd voorzichtig naar de Belgische

kant overgetrokken en aan de aalmoezenier overhandigd. De

Belgische soldaten waren diep onder de indruk van dit gebaar.

Ze groetten de Duitsers eerbiedig en bedankten hen voor dit

signaal. Daarna trokken ze zich terug in hun linies. Kort daarna

gingen de gevechten weer van start.

Was dit kerstbestand in Diksmuide iets uniek? Neen, ook aan

het Duits-Franse front en het Duits–Britse front werd er verbroederd.

Een van de bekendste verhalen is hier een voetbalwedstrijd

De meeste Brits officieren waren razend. De vijand moet vernietigd worden. Noch in 1915, 1916, 1917 gebeurde zoiets. In Frankrijk mochten de kranten geen woord schrijven over de kerstverbroedering. Ook de Duitsers kregen bijna geen bericht hierover. Maar soldaten, uit welk land ze ook kwamen, vertelden het thuis.

Over ‘NOOIT MEER OORLOG’ ging het ook in Vladslo, op de begraafplaats (FRIEDHOF) van Duitse soldaten – met het TREUREND OUDERPAAR van KÄTHE KOLLWITZ.


Haar 18-jarige zoon Peter stierf in Vlaanderen en is in Vladslo begraven.


De kunstenares schiep nog meer kunstwerken, haar afkeer voor oorlog uitend: NIE WIEDER KRIEG (nooit meer oorlog)


en SAATFRÜCHTE SOLLEN NICHT VERMAHLEN WERDEN (zaadgoed mag niet vermalen worden = kinderen mogen niet gedood worden). Maerl.-ath.-lln zagen die tijdens schoolreis in Berlijn. Eigenlijk een zin van de Duitse schrijver J.W. Von Goethe