‘ROUWEN’ IS EEN THEMA IN DE LES GODSDIENST EN N.C. ZEDENLEER HET 3DE J. 1STE GR. DE LLN. BRENGEN N.A. HIERVAN EEN BEZOEK AAN DE KERK (SINT-ROCHUS). + TAALFILOSOFIETJE ‘VONT’

De leraressen n.c. zedenleer en r.k. godsdienst Patty Puystjens en Machteld Vanhamme brengen met de leerlingen van het 2de j. 1ste graad een bezoek aan een r.k. kerk, aan de begraafplaats en aan het Huis van de Mens om het thema ROUWEN te behandelen.

Het mooiste woordje vond ik VONT (in doopvont), bak met water voor de doop. We zien in het woord het Latijnse FONS = bron. Er was zelfs een godje met die naam. De voornaam FONS heeft hiermee niets te maken. Die komt van Alfons en is van Germaanse oorsprong en betekent tot alles bereid.

Op 24/02 werden 2I en 2D door een diaken in de Sint-Rochuskerk rondgeleid. Over de doopvont, het wijwatervat, de rouwkapel, Sint-Amandus, de biechtstoel, de preekstoel, het koorgestoelte, het tabernakel en nog veel meer ging het en in de sacristie over gewijde vaatwerk, over de kleuren van het priestergewaad, over de eeuwenoude boeken met het evangelie.

Natuurlijk had de diaken het ook over de rouwkapel en over zijn eigen functie. Diaken betekent oorspronkelijk DIENAAR. Hij is permanent diaken. Alleen mannen kunnen permanent diaken worden, zowel getrouwde als ongetrouwde. De minimumleeftijd bij de wijding is 35 jaar voor gehuwde kandidaten. Ongehuwde kandidaten verbinden zich bij hun wijding tot het celibaat. Kandidaten permanent diaken zonder theologische opleiding volgen eerst een basisopleiding van 3 jaar. Daarna volgt een specifieke diakenopleiding van 1,5 jaar.