TAALFILOSOFIETJE: DE HOSPITANT(E) HOSPITEERT = DE AANSTAANDE LERAAR/LERARES VOLGT OF GEEFT LES BIJ EEN LERAAR/LERARES MET ERVARING. HIJ OF ZIJ IS ER IN ELK GEVAL TE GAST. GASTEN WAREN IN DE MIDDELEEUWEN TE GAST IN HET HOSPITAAL. DE GAST/HOSTIS WAS NOG LANGER GELEDEN DE VIJAND

In de Maerlant-Scholen is men elke keer weer blij er oud-leerlingen te gast te hebben als hospitant. Men weet dat ze er goede lesvoorbeelden zien, die ze later zelf kunnen toe-, en aanpassen.

‘HOS’ in HOSPES én in HOSTIS zijn etymologisch verwant. HOSPES betekent in het Latijn zowel GAST VRIEND als GASTHEER, maar HOSTIS is vijand! In Germaanse talen, zoals het Nederlands, werd volgens de eerste klankverschuiving (van Indo-Germaanse talen, zoals het Latijn, naar Germaanse talen zoals het Nederlands) de ‘H’ ‘G’, zoals in HORTUS, dat GAARD en HOSTIS dat GAST werd. De betekenis in de Germaanse talen wentelde van VIJAND tot degene die uitgenodigd is (om te blijven).

Als men Brugge binnenkomt via de Katelijnestraat kan men het echte stadscentrum pas betreden als men de Reie overschrijdt, die in de midddeleeuwen de stadsgrens vormde, waar gasten vermoeid en soms eens ziek arriveerden. Daar ontstond eind 12de eeuw al het HOSPITAAL, voor die gasten… het Sint-Janshospitaal. Later werd het een plek voor ziekenverpleging, tot in het begin van de jaren 1970.