28/06 : OUD-LEERLING PHILIP KONINGS, SCHEPEN VOOR CULTUUR BL’GE IN HET NIEUWSBLAD : ‘EXTREMISTEN WILDEN FRANZ FERDINAND OORSPRONKELIJK IN BLANKENBERGE DODEN’

Volgens schepen Philip Konings (Open VLD) zijn er bronnen die vermelden dat de aanslag het jaar voordien in Blankenberge was gepland. ‘Via Professor Luc De Vos hebben wij vernomen dat in 2013 een aanslag was gepland op de aartshertog Frans Ferdinand in Blankenberge. Tot nu toe hebben wij dat nog niet kunnen hard maken.’

Over Frans Ferdinand in Blankenberge :
Uit ‘Misjoe Verleyen en Marc De Meyer : AUGUSTUS 1914, BELGIË OP DE VLUCHT’ :
In 1914 is de Belgische kust één langgerekte toeristische attractie. Vooral Oostende is in trek … Blankenberge met zijn pier en kursaal is een goede tweede … De Habsburgers zijn vaste gasten. Frans Ferdinand, de Oostenrijkse troonopvolger, met zijn vrouw Sophie en hun drie kinderen. De halfzus van Frans Ferdinand, Elisabeth en haar man. De jongste dochter van keizer Frans Jozef en keizerin Sissi hebben voor de zomer van 1914 weer een lang verblijf geboekt in het Grand Hotel des Bains et des Familles. Zij worden verwacht op 7 juli. Maar eerst moeten ze naar Bosnië. Als Frans Ferdinand en Sophie op 28 juni in Sarajevo aankomen, loopt het mis … Student Gavrilo Princip schiet en doodt hen allebei. Het moordwapen blijkt een Belgisch Browningpistoll uit de FN-fabrieken in Herstal te zijn. Het nieuws van de aanslag wekt in Blankenberge grote verslagenheid (aldus journalist A. Hans). De gemeenteraad beslist zelfs een straat naar de aartshertog te noemen. De oorlog verhindert dat. Prinses Elisabeth en haar man bleven wel drie dagen in Blankenberge.

In Raymond Brulez’ roman HET HUIS TE BORGEN (Borgen = Blankenberge) lezen we “in Juli 1913 wees Heloïse (juwelierster) mij een forsigen meneer, die voorbijwandelde, als zijnde Aartshertig Franz Ferdinand van Oostenrijk. Her is zo’n braaf mens. Hij zou zijn tijd kunnen verslijten met op de roulette te spelen of zich met cocottes te amuseren. Maar neen! ’s Ochtends vroeg wandelt hij eenzaam naar Wenduine en ’s namiddags zit hij in de kerk te luisteren naar Robaert die hem op het orgel Bach en César Franck voorspeelt. Hij heeft in mijn winkel een diamanten dasspeld gekocht die hij aan den organist cadeau zal doen bij zijn afreis. Zo’n voortreffelijk mens – (vermoedelijk bedoelde ze tevens : zo’n goede klant!) – zal een groot keizer worden en lang leven. Ge zult het zien. Dat staat in de sterren geschreven!”